U bevindt zich hier: Lijst stappen Stap 9  

STAP 9

Hoofdaccent: oefeningen en bijzinnen

Indien u nog geen Duits spreekt of nog niet redelijk foutloos kan schrijven, is het aangewezen te starten met de inleidende algemene informatie en de eerste stap.

Veronderstel dat u een zakenreis plant en wegens de files op de autosnelwegen zoveel mogelijk gewone wegen wil gebruiken. U vraagt daartoe de mening van uw collega:

"Was halten Sie davon? Wir werden die Autobahnen nicht nutzen um den Staus zuvorzukommen."
[vas halthn zi: da:fon vɪɐ ve:ɐdn di: authoba:nən nɪçt nutsn um de:n ʃthaus tsu:fo:ɐtsu:khomən]

Op de kennis van het meervoud der substantieven uit de stappen 5 en 6 alsook de kennis van werkwoorden in de tegenwoordige tijd uit stap 7 en de voorzetsels en datief uit stap 8 volgt nu een uitgebreide oefening.

 

Hoe de oefening uitvoeren?

 

Indien een umlaut of een "ß" nodig is, dan kan u bij het invullen van de nodige woorden deze umlaut vervangen door een "e" te laten volgen op de klinker. Tevens kan u de "ß" vervangen dooor "ss". Bijvoorbeelden:

"ä" en "ae"
"ä" en "Ae"
"ü" en "ue"
"ü" en "Ue"
"ö" en "oe"
"ö" en "Oe"
"äu" en "aeu"
"äu" en "Aeu"
"ß" en "ss".
Dit is interessant indien u geen Duits toetsenbord gebruikt, wat aan te nemen valt.


Let goed op de noodzakelijke naamval. Uit de zinnen zal u wel kunnen afleiden wat het voorwerp ervan is (staat meestal vooraan). Dit moet in de nominatief gezet worden. Het lijdende voorwerp zet u uiteraard in de accusatief. En vergeet niet, dat na de voorzetsels von [fon] en zu [tsu:] een datief moet volgen. Tenslotte: gelieve de werkwoorden uit stap 8 goed te onthouden, die in het Duits geen lijdend voorwerp hebben, maar een meewerkend voorwerp, eveneens in de datief te zetten.

Deze oefening wordt een echte uitdaging. U zal telkens het aangegeven bepaalde lidwoord der [dɛɐ] of het onbepaalde lidwoord ein, kein [ain, khain] in de juiste verbuiging moeten brengen. In het in te vullen vakje staat het te gebruiken lidwoord in de nominatief enkelvoud mannelijk. Aan u om het aan te passen!

Achter de naam van het te gebruiken substantief staat telkens vermeld of u het enkelvoud (enkelv) of meervoud (meerv) moet gebruiken. Let erop om dit substantief te verbuigen indien nodig!

Ook het werkwoord moet aangepast worden. Daartoe gebruikt u de tegenwoordige tijd, zoals geleerd in de vorige stappen. Let echter goed op het voorkomen van sterke werkwoorden die een speciale vervoeging hebben, zoals u al weet.

De in te vullen vakjes werken als volgt:

De functionaliteit van het voorbeeld hier is uitgeschakeld.
Gelieve aan de hand van het voorbeeld de werking uit te testen in de oefening zelf.
 
Te verwerken tekstvakjes:
 

Verwijder het vraagteken en de haakjes er rond en pas het gegeven aan.
Klik dan met de muis ergens buiten het tekstvakje.
 
 
Onmiddellijk zal aangegeven worden of het resultaat goed (o.k) of fout is:
 

 

 
Indien het resultaat fout is, kan u ofwel corrigeren door opnieuw in het tekstvakje te klikken en aan te passen, ofwel hulp inroepen.

 

Hulpmiddelen

 

Volgend hulpmiddel staat ter beschikking:
 

 
Hulp brengt u naar een pagina uit de taalhulp voor gevorderden die meer informatie geeft over het geslacht, de meervoudsvorm en eventueel de verbuiging van het substantief in elke naamval. Dit symbool staat achter elk substantief, ook al moet u dit soms niet veranderen. Verwijder in dat geval toch het (?)(enkelv) of (?)(meerv). Klik dan elders buiten het vakje en er wordt onmiddellijk aangegeven of u juist gehandeld heeft.

Indien dit symbool achter een werkwoord staat, verwijst het u naar een sterk werkwoord met haar vervoeging. Staat er aldus geen hulp-symbool achter een werkwoord, dan weet u al, dat het om een zwak (niet sterk) werkwoord gaat, waarvan u de vervoeging reeds kent. Maar kijk goed uit: indien een hulp-symbool achter een werkwoord staat, dan betekent dit nog niet, dat u per se de sterke verbuiging moet gebruiken. Vaak hangt dit immers af van de betekenis van het werkwoord in de zin. Daarover vindt u uitleg op de pagina waarheen de hulp u leidt.

De hulp achter een werkwoord verwijst steeds naar het oorspronkelijke werkwoord. Zo bijvoorbeeld geeft hulp voor benehmen [bəne:mən] het werkwoord nehmen [ne:mən] weer. In de derde persoon enkelvoud zou u dan invullen: benimmt [bənɪmt].

 

Oefening 1

 

[Vergeet de hoofdletters niet in het begin van een zin of bij een substantief! Zoek de betekenis van woorden op, indien u eraan twijfelt.]
 
.
 
 
Ja, auch sich manchmal wie .
 
 
schon wieder .
 
 
von immer .
 
 
du zu ?
 
 
von .
 

 

Oefening 2

 

Als tweede oefening kan u volgende zinnen in het Duits vertalen. Raadpleeg zo nodig de lijst van substantieven om het geslacht, de verbuiging en het meervoud te vinden, alsook de lijst van sterke werkwoorden om hun vervoeging te raadplegen.

Indien een umlaut of een "ß" nodig is, dan kan u bij het invullen van de nodige woorden deze umlaut vervangen door een "e" te laten volgen op de klinker. Tevens kan u de "ß" vervangen dooor "ss". Bijvoorbeelden:

"ä" en "ae"
"ä" en "Ae"
"ü" en "ue"
"ü" en "Ue"
"ö" en "oe"
"ö" en "Oe"
"äu" en "aeu"
"äu" en "Aeu"
"ß" en "ss".
Dit is interessant indien u geen Duits toetsenbord gebruikt, wat aan te nemen valt.

Indien na een zin een (!) staat, wijst dit op een taaleigen uitdrukking.

 

Lieve god! Die moeite helpt geen mens.

Ja, een computer voor het schrijven van teksten wil ik graag.

Van een reis brengt zij altijd souvenirs mee.

Wel, danst u morgen bij de verjaardag van een collega?

Ach, hij rijdt altijd 120 kilometer per uur.(!)

Hij overwint de toorn van de baas niet.

 

Bijzinnen

 

Voegwoorden en bijzinnen

Een zin kan vaak een andere zin inleiden of in nauw verband ermee staan. We zeggen dat de tweede zin een bijzin is geworden van de eerste. Daarbij worden die zinnen vaak door een komma van elkaar gescheiden. In het voorbeeld helemaal bovenaan deze stap 9 is de zin "um den Staus zuvorzukommen." [um de:n ʃthaus tsu:fo:ɐtsu:khomən] een bijzin van de hoofdzin "Wir werden die Autobahnen nicht nutzen" [vɪɐ ve:ɐdn di: authoba:nən nɪçt nutsn um de:n ʃthaus tsu:fo:ɐtsu:khomən].

Over bijzinnen valt zeer veel te zeggen, wat bij de volgende stappen steeds opnieuw zal aangehaald worden. Vandaag beperken we ons tot eenvoudige bijzinnen die met het woordje "um" [um] beginnen. Dergelijk woord dat de ene (hoofd)zin met de andere (bij)zin verbindt noemen we een voegwoord. Het voegt inderdaad de zinnen aan elkaar. Een voegwoord wordt nooit verbogen, blijft steeds onveranderd.

Bijzinnen die met het voegwoord "um" [um] beginnen hebben altijd een werkwoord dat niet vervoegd wordt. In de voorbeeldzin is dit het werkwoord "zuvorkommen." [tsu:fo:ɐkhomən]. Maar... zoals in het Nederlands voegt men het woord "te" toe aan het werkwoord. Zo bijvoorbeeld wordt de Nederlandse zin (hoofdzin en bijzin) "Ik probeer om niets te vergeten" in het Duits "Ich versuche um nichts zu vergessen" [ɪç fɛɐzu:xə um nɪxts tsu: fɛɐgɛsn]. Daar ziet u dat het Nederlandse "te" in het Duits "zu" [tsu:] wordt. Dit woordje is eveneens een voegwoord, hoewel het net hetzelfde wordt geschreven en uitgesproken als het voorzetsel "zu" [tsu:](een voorzetsel wordt steeds gevolgd door een substantief of een persoonlijk voornaamwoord).

Uitspraaktip: In het vervolg zal alleen bij woorden uit meerdere lettergrepen de klemtoon aangebracht worden.

Nu komt met het bovenstaande een klein probleem op de pinnen. Uit het Nederlands weet u, dat werkwoorden die bestaan uit een voorvoegsel en een werkwoord (bijvoorbeeld: "opstaan") vaak gesplitst worden bij vervoeging (bijvoorbeeld "Zij staat op"). Indien dergelijk werkwoord in het Nederlands gebruikt wordt in een bijzin met het voegwoord "om", dan splitst men dat werkwoord en plaatst het voegwoord "te" er tussen in (bijvoorbeeld: "Ik vraag u om op te staan"). Wel, in het Duits is dat net hetzelfde, behalve... in plaats van de gesplitste delen uit elkaar te schrijven en er een "zu" [tsu:] tussen te plaatsen, schrijft men alles aan elkaar. Zo wordt het werkwoord "zuvorkommen." [tsu:fo:ɐkhomən] in de derde persoon enkelvoud als volgt gebruikt: "Ich komme die Probleme zuvor" [ɪç khomə di: proble:mə tsu:fo:ɐ], maar in een bijzin met "um" [um]: wordt dit "zuvorzukommen." [tsu:fo:ɐtsu:khomən]. Vandaar, dat in de voorbeeldzin helemaal bovenaan deze stap 9 "um den Staus zuvorzukommen." [um de:n ʃthaus tsu:fo:ɐtsu:khomən] staat!

Dat gaan we inoefenen.

 

Oefening 3

 

Voor deze oefening wordt nog geen oplossing gegeven. Die zal wel volgen in stap 10. U kan de volgende tekst echter vertalen en opsturen per email aan volgende emailadres. In de korst mogelijke tijd zal u een antwoord krijgen met eventuele correcties (dat kan wel enkele dagen duren).

De te vertalen tekst:

Morgen reis ik naar een vriend om hem (= "ihn" [i:n]) te bezoeken. Samen vieren we dan de vakantie ('vieren' vertaalt men door het werkwoord "begehen" [bəge:ən] dat sterk verbogen wordt zoals "gehen" [ge:ən]) . Misschien gebruiken we ook nog de computer. Hij koopt steeds software om in te oefenen. Ik help vrienden altijd om nieuwigheden te leren. Daarna bezoeken we dan de stad en en genieten we. Heb je zin om mee te reizen?

 

Naar stap 10.




 
Lijst van alle stappen



 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).