U bevindt zich hier: Lijst stappen Stap 7  

STAP 7

Hoofdaccent: werkwoorden

Indien u nog geen Duits spreekt of nog niet redelijk foutloos kan schrijven, is het aangewezen te starten met de inleidende algemene informatie en de eerste stap.

Veronderstel dat u een zakenreis plant en wegens de files op de autosnelwegen zoveel mogelijk gewone wegen wil gebruiken. U vraagt daartoe de mening van uw collega:

"Was halten Sie davon? Wir werden die Autobahnen nicht nutzen um den Staus zuvorzukommen."
[vas halthn zi: da:fon vɪɐ ve:ɐdn di: authoba:nən nɪçt nutsn um de:n ʃthaus tsu:fo:ɐtsu:khomən]

Door de kennis van het meervoud der substantieven uit de stappen 5 en 6 kunnen we nu de vervoeging van werkwoorden vervolledigen met de meervoudsvormen. De woorden "ik, jij, hij, zij" kennen we reeds in het Duits. Deze woorden noemen we persoonlijke voornaamwoorden. Vandaag vullen we ze aan met met volgende voornaamwoorden: "het" wordt es [ɛs], "wij" wordt wir [vi:ɐ] en "jullie" wordt ihr [i:ɐ].

SPRAAKKUNST

substantief:   is de naam die gegeven wordt aan een object (bv.: mens, voorwerp) of een niet materieel iets (bv.: gevoelens). Men noemt dit ook een zelfstandig naamwoord.

onderwerp:   veelal de persoon of voorwerp die/dat iets doet in de zin, of waarvan een eigenschap vermeld wordt.

lijdend voorwerp:   de persoon of het voorwerp waarop de handeling in de zin uitgevoerd wordt.

lidwoord:   een woord dat aan een persoon of een voorwerp voorafgaat en er "lid" van geworden is.

naamval:    de verandering in een woord (verbuiging) die bepaalt welke woordsoort (bv.: onderwerp, lijdend voorwerp) het woord in de zin is. Belangrijk in het Duits!

verbuigen:    is het aanpassen van het woord aan de noodzakelijke naamval. Een tussenwerpsel of een bijwoord worden nooit verbogen.

nominatief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "onderwerp" van de zin is.

accusatief:    is de naamval die bepaalt - onder andere - welke persoon of welk voorwerp het "lijdend voorwerp" van de zin is.

voornaamwoord:    woord dat een persoon aanduidt zonder hem of haar expliciet te noemen. "Hem" en "haar", "ik", "jij", "hij", "zij" en zo meer zijn bijvoorbeeld voornaamwoorden.

De meervoudsvormen van vervoegingen in het Nederlands zijn alle heel eenvoudig: men voegt "-en" toe aan de stam van het werkwoord. Zo bijvoorbeeld: "wij horen, jullie horen, zij horen". In het Duits is dit hetzelfde, behalve voor de tweede persoon meervoud:

eerste persoon meervoud: stam + "en"
tweede persoon meervoud: stam + "t"
derde persoon meervoud: stam + "en"

Nu kunnen we de vervoeging van een normaal werkwoord uit de stap 3 vervolledigen. Vooraf gezegd: een normaal werkwoord noemt men een "regelmatig" of "zwak" werkwoord. Het is goed om dit te onthouden, gezien we verder op kennis gaan maken met "onregelmatige" of "sterke" werkwoorden.

Persoon  hören 
ich
[ɪç
höre
[hø:rɐ
du
[du:
hörst
[hø:rst
er
[e:ɐ
hört
[hø:rt
wir
[vi:ɐ
hören
[hø:rɐn
ihr
[i:ɐ
hört
[hø:rt
sie
[zi:
hören
[hø:rɐn

Voor de speciale werkwoorden "zijn", "hebben" en "worden":

Persoon  sein  haben  werden 
ich
[ɪç
bin
[bɪn
habe
[ha:bə
werde
[ve:ɐdə
du
[du:
bist
[bɪst
hast
[hast
wirst
[vɪɐst
er
[e:ɐ
ist
[ɪst
hat
[hat
wird
[vɪrt
wir
[vi:ɐ
sind
[zɪnt
haben
[ha:bn
werden
[ve:ɐdn
ihr
[i:ɐ
seid
[zait
habt
[ha:pt
werdet
[ve:ɐdət
sie
[zi:
sind
[zɪnt
haben
[ha:bn
werden
[ve:rdn

In stap 3 hebben we een aantal speciale aanpassingen voor werkwoorden gezien. Deze kunnen we nu aanvullen met de meervoudsvormen. Als de stam van een Duits werkwoord eindigt op een "d" of een "t" zoals in "arbeiten" [arbaitn] (rollende "r" achteraan tegen de keelholte!!) en "baden" [ba:dn] dan plaatst men een "e" (dof uitgesproken) tussen de stam en de uitgang van de vervoeging, maar enkel in de tweede en derde persoon enkelvoud en in de tweede persoon meervoud.

Persoon  arbeiten  baden 
ich
[ɪç
arbeite
[arbaitə
bade
[ba:də
du
[du:
arbeitest
[arbaitəst
badest
[ba:dəst
er
[e:ɐ
arbeitet
[arbaitət
badet
[ba:dət
wir
[vi:ɐ
arbeiten
[arbaitn
baden
[ba:dn
ihr
[i:ɐ
arbeitet
[arbaitət
badet
[ba:dət
sie
[zi:
arbeiten
[arbaitn
baden
[ba:dn

Als de stam van een Duits werkwoord eindigt op een "m" of een "n" EN er net daarvoor een medeklinker staat, dan plaatst men eveneens een "e" (dof uitgesproken) tussen de stam en de uitgang van de vervoeging, maar enkel in de tweede en derde persoon enkelvoud en in de tweede persoon meervoud. Even twee voorbeelden zien: "atmen" [a:tmən] en "rechnen" [rɛçnən].

Persoon  atmen  rechnen 
ich
[ɪç
atme
[a:tmə
rechne
[rɛçnə
du
[du:
atmest
[a:tməst
rechnest
[rɛçnəst
er
[e:ɐ
atmet
[a:tmət
rechnet
[rɛçnət
wir
[vi:ɐ
atmen
[a:tmən
rechnen
[rɛçnən
ihr
[i:ɐ
atmet
[a:tmət
rechnet
[rɛçnət
sie
[zi:
atmen
[a:tmən
rechnen
[rɛçnən

Maar: als in het bovenstaande geval aan de "m" of de "n" een "L" of een "r" voorafgaat, dan voegt men geen extra doffe "e" in, en wordt de vervoeging normaal. Even twee voorbeelden zien: "lernen" [lɛrnən] en "qualmen" [kvalmən].

Uitspraaktip:Bemerk de speciale uitspraak van de geschreven "qu" in "qualmen". En let op die 'volle' "L"-uitspraak.

Persoon  lernen  qualmen 
ich
[ɪç
lerne
[lɛrnə
qualme
[kvalmə
du
[du:
lernst
[lɛrnst
qualmst
[kvalmst
er
[e:ɐ
lernt
[lɛrnt
qualmt
[kvalmt
wir
[vi:ɐ
lernen
[lɛrnən
qualmen
[kvalmən
ihr
[i:ɐ
lernt
[lɛrnt
qualmt
[kvalmt
sie
[zi:
lernen
[lɛrnən
qualmen
[kvalmən

Sterke (onregelmatige) werkwoorden

In elke taal zijn er werkwoorden die met hun vervoeging afwijken van het normale. Dat noemen we "sterke werkwoorden" of ook wel onregelmatige werkwoorden. Jammer genoeg zijn er heel veel dergelijke werkwoorden in het Duits, bijna 300! Drie ervan kennen we reeds: "sein" [zain], "haben" "[ha:bn]" en "werden [ve:rdn].

Alle sterke werkwoorden en werkwoorden die zich soms als sterk (onregelmatig) en soms als zwak (regelmatig) gedragen, kan u met hun eigene verbuiging terugvinden op deze lijst. Open alvast dat venster. In de algemene lijsten die u in dat venster terugvindt, kan u het werkwoord in de eerste kolom aanklikken. Dan verschijnt de gedetailleerde vervoeging ervan. Bekijk daar vooral de bovenste tabel "Aantonende wijs" en voorlopig slechts de eerste kolom "Onvoltooid tegenwoordig". Lees rustig eerst even de tekst boven deze tabel, indien er een tekst daarboven voorkomt. Dan weet u wanneer het werkwoord zwak en wanneer sterk verbogen wordt. Staat er geen tekst boven, dan wordt het werkwoord steeds sterk verbogen. Begrijpt u nog niet alles in die teksten, heb geduld... dat wordt allemaal nog wel klaar. Probeer het alvast even te verstaan, en... probeer vooral elk werkwoord uit te spreken.

Tip:Vertrouw op de lijst van sterke werkwoorden op de aangegeven link hierboven. In vele woordenboeken Duits-Nederlands of omgekeerd worden lijsten van sterke werkwoorden in aanhangels gegeven. Deze lijsten zijn niet zelden verouderd, waarbij werkwoorden sterk vervoegd worden daar, waar die in het huidige Duits niet meer sterk maar zwak vervoegd worden (een taal is immers levendig en verandert doorheen de tijd). Daarom: gebruik de lijst in de link bovenaan. [Uit ervaring weet ik dat van vele Duitse taalboeken, meestal alleen de uitgaven van Duden (zie referentiewerken) en de allerlaatste uitgave van Wahrig betrouwbaar zijn wat de sterke werkwoorden betreft.]

Hoe kan u nu duidelijkheid bekomen in dit woud van sterke werkwoorden? Jammer... een eenvoudig antwoord is niet te geven. Wat de onvoltooid tegenwoordige tijd betreft – de tijd die wij gebruiken in deze stap 7 – staan enkele hulpmiddeltjes ter beschikking:

Heel bijzonder zijn de drie werkwoorden die u reeds kent: "sein" [zain], "haben" "[ha:bn]" en "werden [ve:ɐn].

Eveneens heel bijzonder zijn de modale werkwoorden. Dit zijn werkwoorden die we in een volgende stap nog meer aandacht zullen geven, waarbij het "modale" duidelijk zal worden. Klik in deze lijst op elk van de werkwoorden om de vervoeging in de "onvoltooid tegenwoordige tijd" te vinden en alvast te memoriseren. Ziet u hoe alleen in het enkelvoud de stamklinker verandert bij deze modale werkwoorden?

De meeste sterke werkwoorden met een stamklinker (klinker van de stam van het werkwoord) "e" veranderen deze klinker in "onvoltooid tegenwoordige tijd" in een "i" voor de tweede en derde persoon enkelvoud (pas op: niet voor de andere personen, dus ook niet voor de tweede persoon meervoud). Snuffel rustig in de lijsten en u zal tal van voorbeelden vinden, maar er zijn wel enkele uitzonderingen daarop. Bij die uitzonderingen verandert de stamklinker "e" helemaal niet. Deze uitzonderingen zijn:

  • bewegen [bəve:gn]

  • gehen [ge:ən]

  • genesen [gəne:zn]

  • heben [he:bn]

  • scheren [ʃe:rən]

  • stecken [ʃthɛkhn]

  • stehen [ʃthe:ən]

  • weben [ve:bn]

  • En alle in de lijst vermelde werkwoorden met stamklinker e waarvan de stam eindigt met een dubbele nn, alsook de werkwoorden denken [dɛŋkhn], senden [zɛndn] en wenden [vɛndn]

Uitspraaktip:Zoals u reeds weet, worden de medeklinkers k, p, t geaspireerd. Dit is ook het geval indien die medeklinkers voor een woorduitgang met een doffe "e" staan, maar dan aspireert men iets minder dan in de normale gevallen. Nog een tip: dit aspireren gebeurt bij elke gesproken k, p, t, dus ook indien een g, b, d als een k, p, t uitgesproken worden.

Alle sterke werkwoorden met een stamklinker (klinker van de stam van het werkwoord) "a" veranderen deze klinker in "onvoltooid tegenwoordige tijd" in een "ä" voor de tweede en derde persoon enkelvoud (pas op: niet voor de andere personen, dus ook niet voor de tweede persoon meervoud). Snuffel rustig in de lijsten en u zal tal van voorbeelden vinden. Er is slechts één uitzondering:

schaffen [ʃafn] waarbij de stamklinker helemaal niet verandert.

Alle sterke werkwoorden met een stamklinker (klinker van de stam van het werkwoord) "eh" veranderen deze klinker in "onvoltooid tegenwoordige tijd" in een "ieh" voor de tweede en derde persoon enkelvoud (pas op: niet voor de andere personen, dus ook niet voor de tweede persoon meervoud). Snuffel rustig in de lijsten en u zal tal van voorbeelden vinden. Er is slechts één uitzondering:

nehmen [ne:mən] waarbij de stamklinker "eh" verandert in een "i" voor de tweede en derde persoon enkelvoud.

Uitspraaktip:Het gebeurt geregeld, dat in het Duits een lang uit te spreken klinker in de geschreven taal gevolgd wordt door een "h". Deze "h" spreekt men nooit uit. Zij is enkel een hulpmiddel om te weten dat de klinker ervoor lang uitgesproken moet worden, ook al is dat soms overduidelijk zoals in "ieh". Ha zo... soms schrijft men in het Duits aldus "ie" voor een lang uitgesproken "i". Ja, dat komt wel eens voor, maar is geen algemene regel zoals in het Nederlands.

Alle sterke werkwoorden met een stamklinker (klinker van de stam van het werkwoord) "ä" veranderen deze niet, behalve het werkwoord gebären [gəbɛ:rən] waar deze klinker in "onvoltooid tegenwoordige tijd" in een "ie" verandert voor de tweede en derde persoon enkelvoud (pas op: niet voor de andere personen, dus ook niet voor de tweede persoon meervoud). Snuffel rustig in de lijsten en u zal enkele voorbeelden vinden.

Sterke werkwoorden met een stamklinker (klinker van de stam van het werkwoord) "au" veranderen soms (en soms aldus helemaal niet) deze klinker in "onvoltooid tegenwoordige tijd" in een "äu" voor de tweede en derde persoon enkelvoud (pas op: niet voor de andere personen, dus ook niet voor de tweede persoon meervoud). Het gaat hier om vier sterke werkwoorden:

  • Geen verandering bij hauen [hauən]

  • Geen verandering bij schnauben [ʃnaubn]

  • Wel verandering bij laufen [laufn]

  • Wel verandering bij saufen [zaufn]

Uitspraaktip:De geschreven tweeklank "äu" (met umlaut op de eerste klinker ervan) spreekt men uit als een "oi". Het werkwoord laufen [laufn] wordt dan ook als volgt uitgesproken in bijvoorbeeld de derde persoon enkelvoud: er läuft [e:ɐ loift].

Bij alle andere sterke werkwoorden verandert de stamklinker helemaal niet in de tegenwoordige tijd (zoals wij hier gebruiken in stap 7). Maar let wel op de veranderingen in de modale werkwoorden!

Heel bijzondere raad: neem uw tijd om alle sterke werkwoorden een voor een door te nemen wat de "onvoltooid tegenwoordige tijd" betreft. Wees niet nonchalant, en denk niet dat het wel vanzelf zal gaan zonder die werkwoorden door te nemen. Ja, het is een hele opgave, maar dat zal u geen windeieren opleveren. Veel succes, en... neem rustig uw tijd.

In stap 8 zullen we een uitgebreide oefening maken rond het meervoud van substantieven en de werkwoorden. Ook zullen we dan de beleefdheidsvormen doornemen, een belangrijk iets in de mentaliteit van de Duitse samenleving.




 
Lijst van alle stappen



 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).