U bevindt zich hier: Lijst stappen Stap 5  

STAP 5

Hoofdaccent: meervoud

Indien u nog geen Duits spreekt of nog niet redelijk foutloos kan schrijven, is het aangewezen te starten met de inleidende algemene informatie en de eerste stap.

Veronderstel dat u een zakenreis plant en wegens de files op de autosnelwegen zoveel mogelijk gewone wegen wil gebruiken. U vraagt daartoe de mening van uw collega:

"Was halten Sie davon? Wir werden die Autobahnen nicht nutzen um den Staus zuvorzukommen."
[vas haltn zi: da:fon vɪɐ ve:ɐdn di: authoba:nən nɪçt nutsn um de:n ʃthaus tsu:fo:ɐtsu:khomən]

In die twee zinnen is heel wat te bespreken. Daar zullen we meerdere stappen voor nodig hebben. Vandaag bekijken we het probleem van het meervoud in het Duits. Dat is iets om grijze haren van te krijgen. In het Nederlands is het vormen van een meervoud vrij eenvoudig en beperkt zich veelal tot het toevoegen van een uitgang "- en" of "- s" aan het naamwoord. Was het in het Duits maar zo eenvoudig!

SPRAAKKUNST

substantief:   is de naam die gegeven wordt aan een object (bv.: mens, voorwerp) of een niet materieel iets (bv.: gevoelens). Men noemt dit ook een zelfstandig naamwoord.

onderwerp:   veelal de persoon of voorwerp die/dat iets doet in de zin, of waarvan een eigenschap vermeld wordt.

lijdend voorwerp:   de persoon of het voorwerp waarop de handeling in de zin uitgevoerd wordt.

lidwoord:   een woord dat aan een persoon of een voorwerp voorafgaat en er "lid" van geworden is.

naamval:    de verandering in een woord (verbuiging) die bepaalt welke woordsoort (bv.: onderwerp, lijdend voorwerp) het woord in de zin is. Belangrijk in het Duits!

verbuigen:    is het aanpassen van het woord aan de noodzakelijke naamval. Een tussenwerpsel of een bijwoord worden nooit verbogen.

nominatief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "onderwerp" van de zin is.

accusatief:    is de naamval die bepaalt - onder andere - welke persoon of welk voorwerp het "lijdend voorwerp" van de zin is.

Meervoud van naamwoorden

Er zijn een aantal regels om het meervoud van een naamwoord te vormen, maar jammer genoeg zijn er evenveel uitzonderingen, zoniet meer. Daarom is het aangeraden om steeds een woordenboek te raadplegen. U kan ook de lijst van alle substantieven uit de taalhulp voor gevorderden raadplegen. Daar vindt u in de voorlaatste kolom de meervouden.

Een eenvoudig aantal regels kan u echter hier terugvinden, en het is aangeraden om deze zeer goed te onthouden. Zij hangen af van het geslacht van het substantief. Alweer opzoekwerk, zal u zuchten. Ach... met de tijd komt de ervaring. Op de lijst van substantieven in taalhulp voor gevorderden vindt u het geslacht in de tweede kolom, en uiteraard vindt u dat ook in een woordenboek.

Regels voor vrouwelijke substantieven:

Zeer vele vrouwelijke substantieven vormen een meervoud door toevoeging van "-en" aan het substantief. Voorbeelden:

die Frau [di: frau] -> die Frauen [di: frauən]

die Bahn [di: ba:n] -> die Bahnen [di: ba:nən]

die Uhr [di: u:ɐ] -> die Uhren [di: u:rən]

die Leistung [di: laisthuŋ] -> die Leistungen [di: laisthuŋən]

Als een vrouwelijk substantief eindigt op een "-e", dan voegt men een "-n" toe bij het meervoud. Voorbeelden:

die Gabe [di: ga:bə] -> die Gaben [di: ga:bn]

die Liebe [di: li:bə] -> die Lieben [di: li:bn]

die Harmonie [di: harmo:ni:] -> die Harmonien [di: harmo:ni:ən]

Meestal voegt men bij vrouwelijke substantieven die eindigen op "-el" of "-er" een "-n" toe bij het meervoud. Voorbeelden:

die Tafel [di: tha:fl] -> die Tafeln [di: tha:fln]

die Leiter [di: laithɐ] -> die Leitern [di: laithərn]

Bij vrouwelijke substantieven die eindigen op "-in" voegt men een "-nen" toe bij het meervoud. Er ontstaat dan een dubbele "n". Voorbeelden:

die Beamtin [di: bəamtɪn] -> die Beamtinnen [di: bəamtɪnən]

die Leiterin [di: laithərɪn] -> die Leiterinnen [di: laithərɪnən]

Bij vrouwelijke substantieven die eindigen op "-nis" voegt men een "-se" toe bij het meervoud. Hier ontstaat een dubbele "s" en volgt geen "n" op het einde van de meervoudsvorm. Voorbeelden:

die Kenntnis [di: kɛntnɪs] -> die Kenntnisse [di: kɛntnɪsə]

die Befugnis [di: bəfu:knɪs] -> die Befugnisse [di: bəfu:knɪsə]

Bij vrouwelijke substantieven die uit een vreemde taal zijn overgenomen en niet verduitst zijn, wordt een "-s" toegevoegd bij het meervoud. Ervaring zal u leren welk vreemd woord verduitst is, en welk niet. Voorbeeld:

die Bar [di: ba:ɐ] -> die Bars [di: ba:ɐs]

Maar er zijn toch een relatief klein aantal vrouwelijke substantieven, waarbij uitzonderingen ontstaan. Enkele voorbeelden:

die Mutter [di: muthɐ] -> die Mütter [di: mythɐ]

die DVD [di: de:faude:] -> die DVDs [di: de:faude:s]

die Drangsal [di: draŋza:l] -> die Drangsale [di: draŋza:lə]

die Hand [di: hant] -> die Hände [di: hɛndə]

Aandachtspunt: In het Nederlands gebruikt men het afbrekingsteken om een meervoudsuitgang "s" aan afkortingen te plaatsen. Bijvoorbeeld: "de DVD's". Dat doet men niet in het Duits. Vandaar het meervoud: die DVDs [di: lde:faude:s].

Uitspraaktip: De "G" zoals in die Befugnis [di: bəfu:knɪs] spreekt men uit als een "k". Dit is steeds het geval op het einde van een woord of op het einde van een lettergreep, en ook voor de woorduitgangen "-bar, -nis, -heit, -keit, haft" en nog dergelijke uitgangen.

Uitspraaktip: Als een woord zoals die Harmonie [di: harmo:ni:] eindigt op een "-ie", en de klemtoon op die uitgang ligt, dan werkt men voor het meervoud niet met trema's (dubbele puntjes) zoals het gebruikelijk is in het Nederlands, maar voegt men gewoon een "n" toe en bij de uitspraak wordt dan de laatste "e" dof uitgesproken. [De "e" op het einde van het enkelvoud wordt niet uitgesproken omdat die als een aanwijzing geldt, dat de voorafgaande "i" lang moet uitgesproken worden. In een latere posting komen we hier nog op terug.] Het meervoud wordt aldus di: harmo:ni:ən uitgesproken, terwijl het enkelvoud di: harmo:ni: uitgesproken wordt.

Uitspraaktip: Zoals u uit vorige stappen weet, wordt een beklemtoonde korte "i" speciaal uitgesproken en weergegeven door "ɪ". Deze uitspraak komt echter uitzonderlijk ook voor bij de niet beklemtoonde "i" in de woorduitgangen "-in, nis"

Naamvallen in het meervoud

We kennen reeds de nominatief (voor het onderwerp van de zin) en de accusatief (voor het lijdend voorwerp). Tussen haakjes: in de voorbeeldzin helemaal bovenaan staat het lijdend voorwerp den Staus [de:n ʃthaus ] niet in de accusatief. Dat is een merkwaardig iets, dat in een van de volgende stappen verklaard zal worden.

Het lidwoord wordt bij het meervoud heel eenvoudig verbogen. Zowel in de nominatief als in de accusatief wordt het steeds die [di:]. Het onbepaald lidwoord ein [ain] bestaat natuurlijk niet in het meervoud, maar kein [khain] (= geen) kan wel in het meervoud (bv: geen autosnelwegen). Het is eveneens een onbepaald lidwoord. De verbuiging van dit laatste in het meervoud is in zowel de nominatief als de accusatief keine [khainə].

Inoefening van het meervoud der vrouwelijke substantieven

Zoek eerste de betekenis van de woorden in onderstaande oefening op, en probeer die Duitse woorden juist uit te spreken. Vervang in elk vakje het gegeven woord of vul het aan om het meervoud weer te geven. Pas wel op: laat de spatie tussen "die" en het geven woord staan.

Indien bij het weergeven van een meervoud een umlaut nodig is, dan kan u deze vervangen door een "e" te laten volgen op de klinker. Bijvoorbeeld: "ä" en "ae", of "ü" en "ue", of "ö" en "oe". Dit is interessant indien u geen Duits toetsenbord gebruikt, wat aan te nemen valt.

Het resultaat van uw antwoord kan u automatisch bekomen door met de computermuis ergens buiten het vakje te klikken. Is het antwoord juist, dan verschijnt "o.k." erachter, zo niet zal "fout" weergegeven worden.

Ter hulp is het eerste woord reeds in het meervoud gezet.

  [betekenis: de muziekband - speciaal!]

  [betekenis: de zitbank)

  [betekenis: financiële instelling)

  [speciaal!]

In stap 6 komen de meervouden van mannelijke en onzijdige substantieven aan bod.




 
Lijst van alle stappen



 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).