>
U bevindt zich hier: Lijst stappen Stap 41  

STAP 41

Hoofdaccent: bijstellingen bij hoeveelheden en (munt)eenheden

 

Indien u nog geen Duits spreekt of nog niet redelijk foutloos kan schrijven, is het aangewezen te starten met de inleidende algemene informatie en de eerste stap.

"Mit den 5 Litern Benzin und mit 5 Liter Diesel..."

Zoals in de vorige stap gezien geven bijstellingen bijkomende informatie bij een substantief. Er ontstaan heel wat bijzonderheden wanneer een bijstelling voorafgegaan wordt door een hoeveelheid of een (munt)eenheid. Deze stap wordt dan ook vrij moeilijk voor iemand die snel het overzicht verliest...

SPRAAKKUNST

substantief:   is de naam die gegeven wordt aan een object (bv.: mens, voorwerp) of een niet materieel iets (bv.: gevoelens). Men noemt dit ook een zelfstandig naamwoord.

onderwerp:   veelal de persoon of voorwerp die/dat iets doet in de zin, of waarvan een eigenschap vermeld wordt. Staat in de naamval nominatief.

lijdend voorwerp:   de persoon of het voorwerp waarop de handeling in de zin uitgevoerd wordt. Staat in de naamval accusatief.

meewerkend voorwerp:   de persoon of het voorwerp die met het werkwoord meewerkt. Staat veelal in de datief of anders gekoppeld aan een voorzetsel.

voorzetsel:   een woord dat een bepaalde betrekking weergeeft tussen twee substantieven, of tussen een werkwoord en een substantief.

lidwoord:   een woord dat aan een persoon of een voorwerp voorafgaat en er "lid" van geworden is.

adjectief:   is een woord dat een substantief karakteriseert, er een eigenschap van weergeeft. Het staat bij een substantief. Men noemt het ook een bijvoeglijk naamwoord.

predicatief:   is een adjectief dat een gelijkstelling weergeeft en gekoppeld is aan de werkwoorden "sein, werden, bleiben". Het wordt nooit verbogen.

naamval:    de verandering in een woord (verbuiging) die bepaalt welke woordsoort (bv.: onderwerp, lijdend voorwerp) het woord in de zin is. Belangrijk in het Duits!

verbuigen:    is het aanpassen van het woord aan de noodzakelijke naamval. Een tussenwerpsel of een bijwoord worden nooit verbogen.

nominatief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "onderwerp" van de zin is.

genitief:    is de naamval die het bezit van of de afhankelijkheid tegenover een betrokken substantief uitdrukt. Deze naamval wordt ook gebruikt na heel wat voorzetsels.

datief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "meewerkend voorwerp" van de zin is, of die verbonden is aan een bepaald voorzetsel.

accusatief:    is de naamval die bepaalt - onder andere - welke persoon of welk voorwerp het "lijdend voorwerp" van de zin is.

voornaamwoord:    woord dat een persoon aanduidt zonder hem of haar expliciet te noemen. "Hem" en "haar", "ik", "jij", "hij", "zij" en zo meer zijn bijvoorbeeld voornaamwoorden.

werkwoord:    is een woord dat de actie of de werking van de zin uitvoert.

vervoegen:    is het aanpassen van een werkwoord aan de persoon, aan de hoeveelheid personen, aan de tijd en aan meer.

deelwoord (Partizip):    is het woord dat deelt in de eigenschappen van meerdere woordsoorten, zoals werkwoorden, adjectieven en substantieven.

bijwoord:    is een woord dat een adjectief of een werkwoord nader kan bepalen. Het wordt nooit verbogen en kan uit de zin weggelaten worden, zonder dat de zinsconstructie in gevaar komt.

voegwoord:    is een woord dat woorden, zindsdelen of zinnen met elkaar kan verbinden. Het is onverbuigbaar en maakt geen deel uit van de zin.

 

Zoals in het Nederlands [dat vermoed ik althans] worden mannelijke en onzijdige hoeveelheden en (munt)eenheden in de regel niet in het meervoud gezet, indien zij achter een getal groter dan 1 staan. Zij staan dan ook steeds in de nominatief enkelvoud. Bij dat enkelvoud dient men wel op te passen; vaak zondigt men door er een meervoud van te maken, zonder dat dit in de verderop volgende uitzonderingen toegelaten is. Voorbeelden:

2 Dutzend

7 Paar

300 Euro

30 Schuss Munition

2 Block Schreibpapier

5 Karton Seife

ein paar Glas bier

 

Vrouwelijke hoeveelheden en (munt)eenheden eindigend op -e worden echter wel in het meervoud geplaatst. Voorbeelden:

2 Flachen Wein

7 Tassen Kaffee

300 Schedische Kronen

 

Sommige (!) vreemde (munt)eenheden worden in het meervoud weergegeven ongeacht hun geslacht, hoewel vaak de vrijheid gelaten wordt om hen in het enkelvoud of meervoud te zetten. Voorbeelden:

100 Centesimi (1 Centesimo)

200 Pfunden/Pfund (1 Pfund)

400 Yards/Yard (1 Yard)

 

Nu wordt het uitkijken! Bedoelt men heel duidelijk de een voor een getelde hoeveelheden, dan gebruikt men - ondanks bovenstaande regels - wel het meervoud van die hoeveelheid. Voorbeelden ter verduidelijking:

Er trank drei Glas Bier (geen accent op de getelde hoeveelheid)

Er trank sogar drei Gläser Bier (wel getelde hoeveelheid!)

Der Turm ist 20 Stock hoch (geen accent op de getelde hoeveelheid)

Schon 20 Stöcke hat er zurückgelegt (wel getelde hoeveelheid!)

Ach, das Haus steht lediglich 50 Schritt dahin (geen accent op de getelde hoeveelheid)

Noch 5 Schritte und du wirst fallen (wel getelde hoeveelheid!)

Ich möchte gern 5 Karton Seife (geen accent op de getelde hoeveelheid)

Er kaufte sogar 5 Kartons Seife (wel getelde hoeveelheid!)

 

En... gaat een adjectief aan de hoeveelheid vooraf, dan wordt steeds het meervoud van de hoeveelheid gebruikt. Voorbeelden:

Er trank drei Glas Bier (geen adjectief)

Er trank aus 3 großen Gläsern Bier (wel adjectief)

Ich möchte gern 5 Karton Seife (geen adjectief)

Ich möchte gern 5 große Kartons Seife (wel adjectief)

Das kostet 5 Euro (geen adjectief)

Das kostet 5 blöde Euros (wel adjectief)

 

In de genitef enkelvoud moet men steeds acht geven aan de genitiefuitgangen. Nu is het aangewezen om in de genitief enkelvoud met sterke verbuiging (-s uitgang) een opeenhoping van die uitgangen te vermijden. Daarom laat men deze sterke genitiefverbuigingsuitgang weg ofwel bij de hoeveelheidsopgave, ofwel bij de bijstelling (vrij naar keuze, hoewel het gebruik van de uitgang -s een accent kan legt; indien er geen speciaal accent gelegd wordt, dan is de keuze totaal vrij). Voorbeelden:

Die Reinheit eines Glas Wassers (zou kunnen wijzen op de reinheid van het water)

Die Reinheit eines Glases Wasser (zou kunnen wijzen op de reinheid van het glas)

Der Preis eines Pfund Fleisches (zou kunnen wijzen op de prijs van het vlees)

Der Preis eines Pfundes Fleisch (zou kunnen wijzen op de prijs van een pond)

 

Maar... gaat aan de bijstelling een adjectief vooraf, dan worden zowel de hoeveelheid als de bijstelling voorzien van de sterke genitiefverbuigingsuitgang -s. De reden daarvoor is logisch: gezien dat adjectief steeds een uitgang -en heeft in de genitef, breekt het de opeenvolging van -s uitgangen. Voorbeelden:

Die Reinheit eines Glases natürlichen Wassers

Der Preis eines Pfundes gekochten Schinkens

 

Hoeveelheden en (munt)eenheden die eindigen op - el of op - er en in het meervoud geen speciale verbuigingsuitgang hebben (bv: 1 Liter, 5 Liter, 1 Meter, 5 Meter) worden toch in de datief meervoud met de normale verbuigingsuitgang van deze naamval meervoud (meestal een -n) voor de hoeveelheidsopgave voorzien indien aan die hoeveelheidsopgave een lidwoord voorafgaat, en eveneens indien er geen lidwoord aan voorafgaat en er ook geen bijstelling op volgt. Verwarrend niet? Voorbeelden maken dit alles duidelijk:

Mit den 5 Litern Benzin... (lidwoord voorafgaand)

Mit den 5 Litern... (lidwoord voorafgaand)

Mit 5 liter Benzin... (geen lidwoord voorafgaand, wel met bijstelling, dus geen -n uitgang)

Mit 5 Litern.... (geen lidwoord, maar ook geen bijstelling)

In den 10 Kilometern Entfernung... (lidwoord voorafgaand)

In den 10 Kilometern... (lidwoord voorafgaand)

In 10 Kilometer Entfernung... (geen lidwoord voorafgaand, wel met bijstelling, dus geen -n uitgang)

Innerhalb von 10 Kilometern... (geen lidwoord, maar ook geen bijstelling)

Mit den 100 Rubeln... (lidwoord voorafgaand)

Mit 100 Rubeln... (geen lidwoord, maar ook geen bijstelling)

Zu den zwei Dritteln... (lidwoord voorafgaand)

Zu zwei Dritteln... (geen lidwoord voorafgaand, maar ook geen bijstelling)

Zu zwei Drittel Abstand... (geen lidwoord voorafgaand, wel met bijstelling, dus geen -n uitgang)

 

Bijzondere opmerking: Indien de bijstelling bij een hoeveelheid of (munt)eenheid een gesubstantiveerd adjectief od een gesubstantiveerd deelwoord is, dan wordt dit steeds in de genitef geplaatst, ongeacht de naamval van het geheel (hoeveelheid + bijstelling)! Voorbeelden:

eine Gruppe Randalierender

mit 5 Liter Gesaltenes

zwei Sorten Kranker

in einer Menge Jugentlicher

die Gefahr eines Pulks Protestierender

 

In de laatste stap van deze cursus, stap 42, benaderen we de bijstellingen met de voegwoorden als en wie.

 

 
Lijst van alle stappen



 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).