>
U bevindt zich hier: Lijst stappen Stap 40  

STAP 40

Hoofdaccent: bijstellingen

 

Indien u nog geen Duits spreekt of nog niet redelijk foutloos kan schrijven, is het aangewezen te starten met de inleidende algemene informatie en de eerste stap.

"In Holland, dem Land an der Nordsee,..."

Bijstellingen geven bijkomende informatie bij een substantief. Zij kunnen direct achter een substantief staan zoals "koning Albert II" (Albert II is bijstelling) of "Technische Hogeschool Ameloo" (Ameloo is bijstelling) of "een glas wijn" (wijn is een bijstelling). Zij kunnen ook achter een substantief staan gescheiden door een komma, een haakje, een streepje, zoals "De woorden van die man, voorvechter voor kansengelijkheid,..." of "Aan de oevers van de Ourthe, zijrivier van de Maas, ...". Tenslotte kunnen bijstellingen ook ingeleid worden door voegwoorden zoals bijvoorbeeld "Ik als verantwoordelijke...".

Groot probleem in het Duits is daarbij de toepassing van de verbuigingen, wat helemaal niet zo eenvoudig is als het zou lijken... In het onderstaande wordt dan ook specialistenwerk van u verwacht!

SPRAAKKUNST

substantief:   is de naam die gegeven wordt aan een object (bv.: mens, voorwerp) of een niet materieel iets (bv.: gevoelens). Men noemt dit ook een zelfstandig naamwoord.

onderwerp:   veelal de persoon of voorwerp die/dat iets doet in de zin, of waarvan een eigenschap vermeld wordt. Staat in de naamval nominatief.

lijdend voorwerp:   de persoon of het voorwerp waarop de handeling in de zin uitgevoerd wordt. Staat in de naamval accusatief.

meewerkend voorwerp:   de persoon of het voorwerp die met het werkwoord meewerkt. Staat veelal in de datief of anders gekoppeld aan een voorzetsel.

voorzetsel:   een woord dat een bepaalde betrekking weergeeft tussen twee substantieven, of tussen een werkwoord en een substantief.

lidwoord:   een woord dat aan een persoon of een voorwerp voorafgaat en er "lid" van geworden is.

adjectief:   is een woord dat een substantief karakteriseert, er een eigenschap van weergeeft. Het staat bij een substantief. Men noemt het ook een bijvoeglijk naamwoord.

predicatief:   is een adjectief dat een gelijkstelling weergeeft en gekoppeld is aan de werkwoorden "sein, werden, bleiben". Het wordt nooit verbogen.

naamval:    de verandering in een woord (verbuiging) die bepaalt welke woordsoort (bv.: onderwerp, lijdend voorwerp) het woord in de zin is. Belangrijk in het Duits!

verbuigen:    is het aanpassen van het woord aan de noodzakelijke naamval. Een tussenwerpsel of een bijwoord worden nooit verbogen.

nominatief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "onderwerp" van de zin is.

genitief:    is de naamval die het bezit van of de afhankelijkheid tegenover een betrokken substantief uitdrukt. Deze naamval wordt ook gebruikt na heel wat voorzetsels.

datief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "meewerkend voorwerp" van de zin is, of die verbonden is aan een bepaald voorzetsel.

accusatief:    is de naamval die bepaalt - onder andere - welke persoon of welk voorwerp het "lijdend voorwerp" van de zin is.

voornaamwoord:    woord dat een persoon aanduidt zonder hem of haar expliciet te noemen. "Hem" en "haar", "ik", "jij", "hij", "zij" en zo meer zijn bijvoorbeeld voornaamwoorden.

werkwoord:    is een woord dat de actie of de werking van de zin uitvoert.

vervoegen:    is het aanpassen van een werkwoord aan de persoon, aan de hoeveelheid personen, aan de tijd en aan meer.

deelwoord (Partizip):    is het woord dat deelt in de eigenschappen van meerdere woordsoorten, zoals werkwoorden, adjectieven en substantieven.

bijwoord:    is een woord dat een adjectief of een werkwoord nader kan bepalen. Het wordt nooit verbogen en kan uit de zin weggelaten worden, zonder dat de zinsconstructie in gevaar komt.

voegwoord:    is een woord dat woorden, zindsdelen of zinnen met elkaar kan verbinden. Het is onverbuigbaar en maakt geen deel uit van de zin.

 

Algemene regel

De volgende algemene regel is slechts een aanwijzing, meer niet. De uitzonderingen erop zijn immers zeer talrijk...De regel luidt als volgt: een bijstelling staat in dezelfde verbuiging als het substantief waarop zij slaat. Voorbeelden:

Sein Besuch bei König Albert dem Zweiten...

Mit mir armem Kerl...

Heute bin ich Kirsten, meiner lieben Cousine, begegnet. [begegnen + datief]

 

Bijstelling na een komma, haakje of streepje

Als een bijstelling zonder lidwoord na een komma staat, dan wordt zij meestal in de nominatief weergegeven. Staat er wel een lidwoord (of een persoonlijk voornaamwoord) bij, dan verbuigt men die bijstelling naar de naamval van het woord waarop zij slaat. Deze bijzondere regel komt algemeen voor bij de genitief van het substantief waarop de bijstelling slaat, wordt echter tegenwoordig ook toegepast bij andere naamvallen. Voorbeelden:

Nach Meinung des Präsidenten, Herr Barack Obama,...

Das Wirken dieses Mannes, Vorkämpfer für die Rassengleichheit,...

In Holland, Land an der Nordsee,...

Ich helfe ihnen, Kinder, stets...

Maar:

Nach Meinung des Präsidenten, des Herrn Barack Obama,...

Das Wirken dieses Mannes, eines Vorkämpfers für die Rassengleichheit,...

In Holland, dem Land an der Nordsee,...

Ich helfe ihnen, den Kindern, stets...

 

Indien geen lidwoord aan de bijstelling (na een komma) voorafgaat, zet men die bijstelling TOCH in de naamval van het substantief waarop zij slaat, indien verwarring mogelijk is! Een voorbeeld maakt dit duidelijk:

Mit dem Mörder des Kindes, Einwohner dieser Stadt,... [de moordenaar woont in deze stad]

Mit dem Mörder des Kindes, Einwohners dieser Stadt,... [het kind woont in deze stad]

 

Indien de bijstelling tussen haakjes staat, wordt het een beetje moeilijker. Neem bijvoorbeeld Am Ufer der Mosel (eines Nebenflusses des Rheins) .... Deze bijstelling tussen haakjes zet men steeds in dezelfde naamval als die van het substantief waarop de bijstelling slaat, ongeacht of er een lidwoord bijstaat of niet. Bijgevolg zou ook correct zijn: Am Ufer der Mosel (Nebenflusses des Rheins) .... Maar... U kan als schrijver of verkondiger van deze zin de bijstelling beschouwen als een ingekorte zin, en dan mag u de bijstelling in de nominatief zetten! Zo bijvoorbeeld mag u Am Ufer der Mosel (sie ist ein Nebenfluss des Rheins) ... vervangen door Am Ufer der Mosel (ein Nebenfluss des Rheins) ... . Tja, het is aan u om de bijstelling tussen haakjes te beschouwen als een eenvoudige bijkomende inlichting of als een verklarende ingekorte zin...

 

Indien de bijstelling tussen streepjes staat, wordt zij steeds als een ingekorte zin beschouwd, en staat zij dan ook in de nominatief zoals Am Ufer der Mosel - ein Nebenfluss des Rheins - ...

 

Een uitzondering op al het bovenstaande vormt een bijstelling bij de naam van een weekdag in de uitdrukking Am Montag, am Dienstag, usw.. [usw is de Duitse gebruikelijke afkorting voor 'enzovoort']. In dit geval mag u vrij kiezen om de bijstelling in de datief of in de accusatief te zetten. Voorbeelden:

Am Montag, dem 13. April 2009,...

Am Montag - dem 13. April 2009 - ... [Normalerwijze gebruikt men geen streepjes]

Am Montag (dem 13. April 2009)... [Normalerwijze gebruikt men geen haakjes]

Maar evengoed:

Am Montag, den 13. April 2009,...

Am Montag - den 13. April 2009 - ... [Normalerwijze gebruikt men geen streepjes]

Am Montag (den 13. April 2009)... [Normalerwijze gebruikt men geen haakjes]

 

Bijstelling zonder komma, haakje of streepje

Bijstellingen zonder komma, haakje of streepje volgen de algemene regel, helemaal bovenaan deze stap. Zij staan dan ook in de naamval van het substantief waarop zij slaan, zoals Sein Besuch bei König Albert dem Zweiten.... Maar, ook in dit geval is er een uitzondering te vermelden: Vaak gebruikt men tegenwoordig een ingekorte taal, waarbij een genitief of een constructie met een voorzetsel vervangen wordt door een bijstelling. Enkele voorbeelden ervan? Wel.. Das Problem der Drogenabhängigen wordt eenvoudiger gemeld als Das Problem Drogenabhängige [Drogenabhängige wordt dan een bijstelling]. Zo kan men Die Technische Hoheschule in Hannover verkort weergeven door Die Technische Hoheschule Hannover [Hannover wordt dan een bijstelling]. Dergelijke bijstellingen staan steeds in de nominatief (bemerk daarom Drogenabhängige zonder naamvalsuitgang -n, gezien het hier een nominatief meervoud zonder voorafgaand lidwoord is). Voorbeelden:

Mit der Schwierigkeit des Falls Irak...

In der Technischen Hoheschule Hannover...

Bei dem Problem Drogenabhängige...

Aandacht: Indien u dergelijk ingekorte taal wil gebruiken, gelieve dan wel verwarringen uit te sluiten. Zo bijvoorbeeld Die Bäckerei Berlin. Wat bedoelt u daarbij? Een bakkerij in Berlijn, of een bakkerij met de naam Berlijn? Het spreekt vanzelf dat de eerste betekenis slechts kan, indien u eerder over meerdere bakkerijen in meerdere steden had gesproken, zoals Gestern kaufte ich Brot in einer Bäckerei in Hannover und in einer Bäckerei in Berlin. Mit der Bäckerei Berlin war ich sehr zufrieden.

 

Adjectieven in een bijstelling

Adjectieven worden in een bijstelling verbogen zoals alle adjectieven: sterke verbuiging indien geen lidwoord aan het substantief voorafgaat, zwakke verbuiging na een bepaald lidwoord enzomeer. Dat alles kent u reeds, dankzij eerdere stappen. Maar...

Indien een bijstelling op een persoonlijk voornaamwoord slaat en in de datief staat en vergezeld wordt van een adjectief en waarbij geen lidwoord of voornaamwoord bij de bijstelling staat, mag men vrij kiezen om het betrokken adjectief van de bijstelling sterk of zwak te verbuigen (daar waar normalerwijze enkel de sterke verbuiging toegelaten zou zijn, gezien er geen lidwoord is). Voorbeelden:

Mit mir alter Frau / mit mir alten Frau...

Bei mir armem Kerl / bei mir armen Kerl...

Ihm, geborenem Gauner, helfe ich nicht. / Ihm, geborenen Gauner, helfe ich nicht.

 

De verbuiging van bijstellingen bij substantieven die een maat of een hoeveelheid of een munteenheid weergeven, zoals Ein Glas Wein is zeer problematisch. Dat zullen we in stap 41 doornemen.

 

 
Lijst van alle stappen



 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).