>
U bevindt zich hier: Lijst stappen Stap 38  

STAP 38

Hoofdaccent: voegwoorden "wie, als"

en trappen van vergelijking

 

Indien u nog geen Duits spreekt of nog niet redelijk foutloos kan schrijven, is het aangewezen te starten met de inleidende algemene informatie en de eerste stap.

"In einer Zeit wie der unsrige ist das Leben nicht leicht."

De voegwoorden wie, als vragen speciale aandacht omdat zij naast het samenvoegen van twee zinnen ook gebruikt worden bij trappen van vergelijkingen. Bij dat laatste is het gebruik van deze voegwoorden geheel anders dan in het Nederlands.

SPRAAKKUNST

substantief:   is de naam die gegeven wordt aan een object (bv.: mens, voorwerp) of een niet materieel iets (bv.: gevoelens). Men noemt dit ook een zelfstandig naamwoord.

onderwerp:   veelal de persoon of voorwerp die/dat iets doet in de zin, of waarvan een eigenschap vermeld wordt. Staat in de naamval nominatief.

lijdend voorwerp:   de persoon of het voorwerp waarop de handeling in de zin uitgevoerd wordt. Staat in de naamval accusatief.

meewerkend voorwerp:   de persoon of het voorwerp die met het werkwoord meewerkt. Staat veelal in de datief of anders gekoppeld aan een voorzetsel.

voorzetsel:   een woord dat een bepaalde betrekking weergeeft tussen twee substantieven, of tussen een werkwoord en een substantief.

lidwoord:   een woord dat aan een persoon of een voorwerp voorafgaat en er "lid" van geworden is.

adjectief:   is een woord dat een substantief karakteriseert, er een eigenschap van weergeeft. Het staat bij een substantief. Men noemt het ook een bijvoeglijk naamwoord.

predicatief:   is een adjectief dat een gelijkstelling weergeeft en gekoppeld is aan de werkwoorden "sein, werden, bleiben". Het wordt nooit verbogen.

naamval:    de verandering in een woord (verbuiging) die bepaalt welke woordsoort (bv.: onderwerp, lijdend voorwerp) het woord in de zin is. Belangrijk in het Duits!

verbuigen:    is het aanpassen van het woord aan de noodzakelijke naamval. Een tussenwerpsel of een bijwoord worden nooit verbogen.

nominatief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "onderwerp" van de zin is.

genitief:    is de naamval die het bezit van of de afhankelijkheid tegenover een betrokken substantief uitdrukt. Deze naamval wordt ook gebruikt na heel wat voorzetsels.

datief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "meewerkend voorwerp" van de zin is, of die verbonden is aan een bepaald voorzetsel.

accusatief:    is de naamval die bepaalt - onder andere - welke persoon of welk voorwerp het "lijdend voorwerp" van de zin is.

voornaamwoord:    woord dat een persoon aanduidt zonder hem of haar expliciet te noemen. "Hem" en "haar", "ik", "jij", "hij", "zij" en zo meer zijn bijvoorbeeld voornaamwoorden.

werkwoord:    is een woord dat de actie of de werking van de zin uitvoert.

vervoegen:    is het aanpassen van een werkwoord aan de persoon, aan de hoeveelheid personen, aan de tijd en aan meer.

deelwoord (Partizip):    is het woord dat deelt in de eigenschappen van meerdere woordsoorten, zoals werkwoorden, adjectieven en substantieven.

bijwoord:    is een woord dat een adjectief of een werkwoord nader kan bepalen. Het wordt nooit verbogen en kan uit de zin weggelaten worden, zonder dat de zinsconstructie in gevaar komt.

voegwoord:    is een woord dat woorden, zindsdelen of zinnen met elkaar kan verbinden. Het is onverbuigbaar en maakt geen deel uit van de zin.

 

Trappen van vergelijking der adjectieven

Net zoals in het Nederlands bestaan in het Duits drie trappen van vergelijking (die Steigerung) voor adjectieven: de stellende trap (der Positiv), de vergrotende trap (der Komparativ) en de overtreffende trap (der Superlativ). De opbouw van deze trappen is voor haast alle adjectieven (zie lager voor problemen) eenvoudig.

 

De stellende trap (der Positiv):

Deze trap is de laagste en meest gebruikte en komt overeen met het gewone adjectief zoals klein, ruhig, schön.

 

De vergrotende trap (der Komparativ):

Deze trap is de tweede en wordt net zoals in het Nederlands gevormd door "-er" aan het adjectief toe te voegen zoals kleiner, ruhiger, schöner. Er zijn echter een klein aantal bijzonderheden:

Als de basis van een adjectief eindigt op -el, dan valt in de vergrotende trap de "e" ervan weg. Voorbeelden:

dunkel -> dunkler

edel -> edler

heikel -> heikler

Als de basis van het adjectief eindigt op -er en net voor deze "-er" een tweeklank zoals eu, au voorafgaat, dan valt in de vergrotende trap de "e" van "-er" weg. Voorbeelden:

teuer -> teurer

sauer -> saurer

ungeheuer -> ungeheurer

Voor een Nederlandstalige is het bij de trappen goed opletten, wanneer men deze verbuigt. Elke verbuigingsuitgang - zoals geleerd bij eerdere stappen - wordt toegevoegd aan de basis van het adjectief, wordt dan ook toegevoegd aan bijvoorbeeld de vergrotende trap die dan als basis dient.

Voorbeeld van stellende trap (de laagste trap):

Dem kleinen Kind half sie gern.

Voorbeeld van vergrotende trap:

Dem kleineren Kind half sie lieber.

Die Anmut schönerer Blumen...

Einen ruhigeren Menschen mag ich lieber.

Die dunklere Kleidung...

Du wärest mir ein edlerer Mensch, falls...

Der Preis teurerer Autos...

Bemerking: Men mag - moet niet - de "e" van om het even welk adjecief dat eindigt op -er, -en in de vergrotende trap weglaten (zonder dat deze uitgang deel is van een verbuigingsvorm). Maar bij niet-verbogen vormen ervan blijft die "e" behouden (behalve voor adjectieven als teuer, sauer enzomeer, zoals hogerop vermeld is). Voorbeelden van deze bijkomende regel: heiter -> heiterer/heitrer in heitereres Wetter of heitreres Wetter. Maar niet-verbogen: Heute ist das Wetter heiterer als gestern. Nog een voorbeeld: trocken -> trockener/trockner in Ich hätte gern ein trockeneres Handtuch of Ich hätte gern ein trockneres Handtuch. Maar niet-verbogen: ich bin ja froh, dass dieses Handtuch trockener ist als das andere.

 

De overtreffende trap (der Superlativ):

Deze trap is de hoogste en wordt net zoals in het Nederlands gevormd door "-st" aan het adjectief toe te voegen zoals kleinst, ruhigst, schönst. Er zijn echter een klein aantal bijzonderheden:

De overteffende trap wordt gevormd door "-est" in de plaats van"-st", indien een adjectief bestaat uit slechts één lettergreep, of uit meerdere lettergrepen waarbij de klemtoon van het woord op de laastste lettergreep ligt, EN indien die adjectieven met één of meer lettergrepen eindigen op -d, -s, -sch, -sk, -ß, -st, -tz, -x, -z. Deze regel met overtreffende trap "-est" in de plaats van"-st" is ook geldig voor elke adjectief eindigend op -los, -haft, ook al ligt de klemtoon van dergelijk adjectief niet op die laatste lettergreep. Voorbeelden maken dat alles duidelijker:

Voorbeelden adjectieven met slechts één lettergreep:

hold -> holdest

kraus -> krausest

rasch -> raschest

brüsk -> brüskest

süß -> süßest

dreist -> dreistest

bunt -> buntest

spitz -> spitzest

lax -> laxest

schwarz -> schwärzest [Zie lager voor de umlaut]

Voorbeelden adjectieven met meerdere lettergrepen en klemtoon op de laatste ervan:

behänd -> behändest

berühmt -> berühmtest

gespreizt -> gespreiztest

Voorbeelden adjectieven met meerdere lettergrepen en klemtoon niet op de laatste ervan:

gefürchtet -> gefürchtetst

passend -> passendst

komisch -> komischst [kho:mɪʃt] (De laatste "s" mag in de uitspraak wegvallen gezien men anders snel over de tong zou vallen]

Voorbeelden adjectieven met uitgang -los, -haft:

erfolglos -> erfolglosest

lebhaft ->lebhaftest

Bij adjectieven die eindigen op een tweeklank zoals op een -ei, -au, -eu, of eindigen op een lange klinker gevormd door "klinker +h", mag - moet alweer niet - de overteffende trap gevormd worden met "-est" in de plaats van "-st". Dit past men algemeen toe, wanneer men in de context van de zin een speciaal accent op deze adjectieven wil leggen. Voorbeelden:

Voorbeelden zonder speciaal accent:

Das freiste Staatswesen is das demokratische.

Der neuste Trend...

Dem frohsten Menschen geht es bestimmt wunderbar.

Voorbeelden met speciaal accent:

Das freieste Staatswesen, also das Staatswesen das jedem Freiheit gewährt, is das demokratische.

Der neueste Trend unter allen Trends...

Dem frohesten Menschen aller Menschen geht es bestimmt wunderbar.

Aandachtspunten: Wanneer een adjectief als substantief gebruikt wordt en daarbij naar een eerder in diezelfde zin voorkomend echt substantief verwezen wordt, dan wordt het gesubstantiveerd adjectief niet met een hoofdletter geschreven, vandaar: Das freiste Staatswesen is das demokratische waarbij das demokratische geen hoofdletter heeft.

 

Bijzondere trappen van vergelijking der adjectieven:

Er zijn twintig adjectieven waarbij in de vergrotende en overtreffende trap de stamklinker ervan verandert in een klinker met Umlaut. Bovendien hebben sommige adjectieven een speciale, totaal afwijkende vergrotende of overteffende trap. Al deze adjectieven kan u terugvinden op een speciale pagina. Enkele voorbeelden:

groß, größer, größest

lang, länger, längst

schwarz, schwärzer, schwärzest

gut, besser, best

viel, mehr, meist

hoch, höher, höchst

Bemerking: Er zijn een klein aantal adjectieven waarbij men vrij mag kiezen om de stamklinker ervan om te vormen met Umlaut of niet. Gezien deze echter steeds zonder Umlaut-omvorming toegelaten zijn, wordt hier niet verder op ingegaan, behalve voor het adjectief gesund. Bij dit adjectief is men eveneens vrij te kiezen om een Umlaut-verandering te gebruiken, de vorm met Umlaut gesund, gesünder, gesündest is echter de meest gebruikte.

Ja... er zijn ook adjectieven die vanuit hun betekenis helemaal geen vergrotende of overtreffende trap hebben, net zoals in het Nederlands. Wat is immers de zin van woorden als "tot, toter, totest; schriftlich, schriftlicher, schriftlichst"?! Zelfs bij een eerder voorbeeld hierboven kan men zich bedenkelijke vragen stellen: erfolglos, erfolgloser, erfolglosest. In de letterlijke betekenis van dat woord is er geen enkel succes, vandaar succesloos, en kan het dan ook niet slechter gaan...

 

Trappen van vergelijking der bijwoorden

Normalerwijze worden bijwoorden nooit in trappen van vergelijking weergegeven. Er zijn echter een heel klein aantal uitzonderingen, te vinden op een speciale pagina, waar ook enkele bijzondere aanmerking vermeld worden. Enkele voorbeelden:

Ich komme gern zu dir: ich komme lieber zu dir als zu ihm; am liebsten komme ich zu dir.

Bald komme ich; ich konnte nicht eher kommen; Am ehesten kann ich morgen kommen.

An dir habe ich mich sehr gefreut; an dir habe ich mich mehr gefreut als an ihm; an dir habe ich mich am meisten gefreut.

 

Gebruik van de voegwoorden "als" en "wie" bij trappen van vergelijking

In het algemeen geldt het volgende voor het gebruik van de voegwoorden als, wie:

Vergelijkt men twee elementen met elkaar in de vergrotende trap, dan gebruikt men steeds het voegwoord als, dat in tegenstelling tot het Nederlands, waar men het voegwoord "dan" gebruikt. Dat wordt wennen! Enkele voorbeelden uit het Duits:

Er ist größer als ich.

Besser etwas als gar nichts!

Ich möchte lieber sterben als unfrei sein.

Wer soll mir lieber sein als meine Frau?

Vergelijkt men twee elementen in de stellende trap, dan gebruikt men het voegwoord wie. Dat is nog meer verwarrend voor een Nederlandstalige, die bij stellende trap in zijn/haar taal het voegwoord "als" gebruikt. Dat wordt zeer wennen! Enkele voorbeelden uit het Duits:

Er ist so groß wie ich.

Er wandert doppelt so snell wie sie.

Sie ist jetzt so alt, wie du damals warst.

 

Gebruik van de voegwoorden "als" en "wie" in andere omstandigheden

Men gebruikt het voegwoord als steeds om een ongelijkheid tussen twee elementen weer te geven. Een gelijkheid echter wordt weergegeven met het voegwoord wie. Ook hier moet een Nederlandstalige bijzonder oppassen, vooral omdat een Nederlandstalige dan de voegwoorden "dan, als, zoals" gebruikt. Voorbeelden:

Die Sache ist anders, als er sie dargestellt hat.

Das ist ja alles andere als schön!

Er hat nichts als Unfug im Sinn.

Er handelte mehr aus Mitleid als aus Liebe.

Er geht wie immer früh zu Bett.

In einer Zeit wie der unsrigen ist das Leben nicht leicht.

Es ist so gut wie sicher, dass...

Komm bitte so schnell wie möglich!

Wie geht's dir? - Ach, wie immer.

Aandachtspunten: Het voornaamwoord unsrig is een variante op unser.

 

Gebruik van het voegwoord "als" bij een aanvullende eigenschap

Net zoals in het Nederlands gebruikt men in het Duits het voegwoord als om een bijstelling of een aanvullende eigenschap weer te geven zoals in de zin "haar opdracht als bemiddelaar" (aldus in het Duits het voegwoord als, ook al gaat het hier eigenlijk om een gelijkheid). Enkele voorbeelden uit het Duits:

Ihre Aufgabe als Schlichter...

Sie erschien als Zeugin vor Gericht

 

Gebruik van de voegwoorden "als, wie" bij samenvoeging van twee zinnen

Voorafgaand aan een onderschikkende bijzin met een tijdskarakter kan men het voegwoord als gebruiken, wanneer hoofdzin en bijzin in dezelfde tijd staan. Voorbeelden:

Als er das Haus erreicht hatte, fing es an zu regnen [beide in verleden tijd, de ene in verleden voltooide tijd, de andere in verleden onvoltooide tijd]

Als er die Wohnung verlässt, klingelt plotzlich das Telefon. [beide in de tegenwoordige tijd]

 

In het Duits gebruikt men nooit het voegwoord als om een bijzin met voorwaardelijk karakter in te luiden, zoals dat wel het geval kan zijn in het Nederlands. Voorbeeld:

"Als het nog kouder wordt, vriest alles dicht" -> Wenn is noch kälter wird, friert alles fest.

Men gebruikt het voegwoord als echter wel om een reden (oorzaak) voor de hoofdzin weer te geven als in de hoofdzin het voegwoord umso voorkomt. Voorbeelden:

Der Vorfall ist umso bedauerlicher, als er unserem Ansehen schadet. [Deze zin kan u met hetzelfde oorzakelijk karakter omvormen tot Der Vorfall ist umso bedauerlicher, weil er unserem Ansehen schadet.

Der Schauspieler viel plotzlich aus, was umso peinlicher war, als die Vorstellung abgebrochen werden musste. [Deze zin kan u met hetzelfde oorzakelijk karakter omvormen tot Der Schauspieler viel plotzlich aus, was umso peinlicher war, weil die Vorstellung abgebrochen werden musste.

 

Voorafgaand aan vergelijkende bijzinnen gebruikt men het voegwoord wie, tenzij de voegwoordengroepen als ob, als dass, als wenn gebruikt worden, wat onder andere het geval kan zijn indien de bijzin een ongelijkheid met de hoofdzin weergeeft. Voorbeelden:

Ich habe an ihn bemerkt, wie aus einem faulen Mann ein Tüchtiger geworden is.

Sie ist jetzt so alt, wie du damals warst.

Er sah, wie sie aus dem Haus kam.

Sie ist jetzt freundlicher, als wenn ich sie gestern sah.

Der Plan ist viel zu einfach, als dass man sich davon Hilfe versprechen könnte.

 

In stap 39 overlopen we de bijzonderheden bij het gebruik van nog niet eerder behandelde voegwoorden.

 

 
Lijst van alle stappen



 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).