>
U bevindt zich hier: Lijst stappen Stap 36  

STAP 36

Hoofdaccent: voegwoorden "denn, da, weil"

 

Indien u nog geen Duits spreekt of nog niet redelijk foutloos kan schrijven, is het aangewezen te starten met de inleidende algemene informatie en de eerste stap.

"Nimmst du dich deiner Schwester an, denn du bist die Älteste?"

Vaak worden de voegwoorden denn, da, weil door elkaar gebruikt en begaat men dan ook ernstige fouten. Dit laatste is vooral te merken bij de plaats van het vervoegde werkwoorddeel...

SPRAAKKUNST

substantief:   is de naam die gegeven wordt aan een object (bv.: mens, voorwerp) of een niet materieel iets (bv.: gevoelens). Men noemt dit ook een zelfstandig naamwoord.

onderwerp:   veelal de persoon of voorwerp die/dat iets doet in de zin, of waarvan een eigenschap vermeld wordt. Staat in de naamval nominatief.

lijdend voorwerp:   de persoon of het voorwerp waarop de handeling in de zin uitgevoerd wordt. Staat in de naamval accusatief.

meewerkend voorwerp:   de persoon of het voorwerp die met het werkwoord meewerkt. Staat veelal in de datief of anders gekoppeld aan een voorzetsel.

voorzetsel:   een woord dat een bepaalde betrekking weergeeft tussen twee substantieven, of tussen een werkwoord en een substantief.

lidwoord:   een woord dat aan een persoon of een voorwerp voorafgaat en er "lid" van geworden is.

adjectief:   is een woord dat een substantief karakteriseert, er een eigenschap van weergeeft. Het staat bij een substantief. Men noemt het ook een bijvoeglijk naamwoord.

predicatief:   is een adjectief dat een gelijkstelling weergeeft en gekoppeld is aan de werkwoorden "sein, werden, bleiben". Het wordt nooit verbogen.

naamval:    de verandering in een woord (verbuiging) die bepaalt welke woordsoort (bv.: onderwerp, lijdend voorwerp) het woord in de zin is. Belangrijk in het Duits!

verbuigen:    is het aanpassen van het woord aan de noodzakelijke naamval. Een tussenwerpsel of een bijwoord worden nooit verbogen.

nominatief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "onderwerp" van de zin is.

genitief:    is de naamval die het bezit van of de afhankelijkheid tegenover een betrokken substantief uitdrukt. Deze naamval wordt ook gebruikt na heel wat voorzetsels.

datief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "meewerkend voorwerp" van de zin is, of die verbonden is aan een bepaald voorzetsel.

accusatief:    is de naamval die bepaalt - onder andere - welke persoon of welk voorwerp het "lijdend voorwerp" van de zin is.

voornaamwoord:    woord dat een persoon aanduidt zonder hem of haar expliciet te noemen. "Hem" en "haar", "ik", "jij", "hij", "zij" en zo meer zijn bijvoorbeeld voornaamwoorden.

werkwoord:    is een woord dat de actie of de werking van de zin uitvoert.

vervoegen:    is het aanpassen van een werkwoord aan de persoon, aan de hoeveelheid personen, aan de tijd en aan meer.

deelwoord (Partizip):    is het woord dat deelt in de eigenschappen van meerdere woordsoorten, zoals werkwoorden, adjectieven en substantieven.

bijwoord:    is een woord dat een adjectief of een werkwoord nader kan bepalen. Het wordt nooit verbogen en kan uit de zin weggelaten worden, zonder dat de zinsconstructie in gevaar komt.

voegwoord:    is een woord dat woorden, zindsdelen of zinnen met elkaar kan verbinden. Het is onverbuigbaar en maakt geen deel uit van de zin.

 

Plaats van het werkwoord na een voegwoord

De plaats van het werkwoord na een voegwoord is gelijkaardig aan het Nederlands, wat het gemakkelijk maakt voor een Nederlandstalige om Duits te spreken. Het volgende zal u dan ook snel begrijpen...

Zoals uit de vorige stap blijkt, wordt een voegwoord nooit als een zinsdeel beschouwd, maar slechts als een koppeling van twee zinnen met elkaar. Gezien het geen zinsdeel is, staat het vervoegde werkwoorddeel dan ook steeds achter het onderwerp, tenzij - weeral zoals uit de vorige stap blijkt - onmiddellijk na dat voegwoord een ander zinsdeel dan het onderwerp volgt. Nog even een voorbeeld:

Es schneit schon wieder, aber es friert nicht mehr so sehr. ['aber' is hier het voegwoord; het vervoegde werkwoord staat achter het onderwerp]

Ich weiß das ganz genau, denn durch Zufall stand ich in seiner Nähe. ['denn' is hier het voegwoord, maar er volgt onmiddellijk een ander zinsdeel op dan het onderwerp, namelijk 'durch Zufall'. Daarom staat het vervoegde werkwoorddeel voor het onderwerp.]

 

Nu is het echter de vraag: Waar exact staat het vervoegde werkwoorddeel achter een onderwerp? Staat het er onmiddellijk achter, of mag het verderop in de zin staan? Het antwoord erop is het volgende: Als de bijzin afhangt van de hoofdzin, staat het vervoegde werkwoorddeel van de bijzin steeds helemaal achteraan in deze zin. Als de tweede zin niet afhankelijk is van de eerste (en aldus slechts een aanvulling ervan is), dan staat het vervoegde werkwoorddeel van de tweede zin onmiddellijk achter het onderwerp. Voorbeelden:

Es schneit schon wieder, aber es friert nicht mehr so sehr. [De tweede zin hier is niet afhankelijk van de eerste, is slechts een bijkomende informatie. Het werkwoord van de tweede zin staat dan ook onmiddellijk achter het onderwerp ervan.]

Es ergeht ihm schlecht, weil ihm ein Unglück zugestoßen war. [De bijzin hier is wel degelijk afhankelijk van de hoofdzin. Die bijzin verklaart immers waarom het hem slecht gaat... Het vervoegde werkwoorddeel ("war") staat dan ook helemaal achteraan in de bijzin!]

 

Indien een voegwoord de bijzin afhankelijk maakt van de hoofdzin, noemt men dit een 'onderschikkend" voegwoord. Indien het voegwoord de tweede zin niet afhankelijk maakt van de eerste, dan noemt men dit een "nevenschikkend" voegwoord.

 

Algemeen geldt dan ook het volgende:

Na een 'nevenschikkend voegwoord' staat het vervoegde werkwoorddeel van de tweede zin onmiddellijk achter het onderwerp ervan (tenzij een ander zisndeel dan het onderwerp achter dat voegwoord staat).

Na een 'onderschikkend voegwoord' staat het vervoegde werkwoorddeel van de bijzin helemaal achteraan in die zin.

 

Belangrijk: Na een onderschikkend voegwoord staat het vervoegde werkwoorddeel ALTIJD EN ALTIJD helemaal achteraan in de zin, ongeacht of er onmiddellijk na het voegwoord een onderwerp of een ander zinsdeel volgt. Dat is aldus tegengesteld aan een nevenschikkend voegwoord, waarbij het vervoegde werkwoorddeel voor het onderwerp staat indien een ander zinsdeel aan het onderwerp voorafgaat. Daarom aldus voor volgend onderschikkend voegwoord: Es ergeht ihm schlecht, weil ihm ein Unglück zugestoßen war.

 

Onderscheid tussen "denn", "da" en "weil"

De drie voegwoorden denn, da, weil worden ten onrechte door elkaar gebruikt.

Het voegwoord denn wordt door een Nederlandstalige bij het zich in het Duits uitdrukken vaak foutief gebruikt als een onderschikkend voegwoord in de plaats van een nevenschikkend. Zo bijvoorbeeld hoort men een Nederlandstalige in het Duits vaak zeggen: "Mein Bruder ist nicht auf seinem Zimmer, denn das Licht dort aus ist." Daarbij gebruikt hij dit voegwoord denn ten onrechte als onderschikkend (en zet dan ook spontaan het vervoegde werkwoorddeel helemaal achteraan in de bijzin). Nochtans moet het zijn:

Mein Bruder ist nicht auf seinem Zimmer, denn das Licht ist dort aus. Het voegwoord denn is altijd nevenschikkend!

Die foute zinsconstructie wordt veroorzaakt, doordat een Nederlandstalige dit voegwoord vaak verstaat als het Nederlandse "omdat" ("Mijn broer is niet op zijn kamer, omdat er geen licht brandt). En inderdaad... het voegwoord "omdat" is een onderschikkend voegwoord, gezien het de bijzin afhankelijk maakt van de hoofdzin. Maar... de betekenis van het voegwoord denn is helemaal niet "omdat", maar wel "want". In het Nederlands zegt men dan ook "Mijn boer is niet op zijn kamer, want er brandt geen licht." Men zegt toch niet: "Mijn broer is niet op zijn kamer, want er geen licht brandt." (!!) Dus... in het Duits is het: Mein Bruder ist nicht auf seinem Zimmer, denn das Licht ist dort aus.

 

Voor het voegwoord denn geldt dan ook:

Denn betekend "want", en het geeft een bijkomende verklaring voor de andere zin.

Dit voegwoord is nevenschikkend.

Het vervoegde werkwoorddeel staat dan ook nooit achteraan in de tweede zin.

 

Belangrijke tip: Een nevenschikkend voegwoord kan men steeds herkennen door de twee zinnen van elkaar af te splitsen. Valt daarbij de tweede zin niet in duigen, dan is het voegwoord nevenschikkend. Zo bijvoorbeeld kan men de uitspraak Nimmst du dich deiner Schwester an, denn du bist die Älteste? ook spltsen in twee losse zinnen zoals Nimmst du dich deiner Schwester an? en Denn du bist die Älteste. [Sich annehmen + genitief betekent: zich bekommeren om.]
Indien een voegwoord onderschikkend is, dan valt de bijzin in duigen indien deze afgesplitst wordt. Zo bijvoorbeeld loopt de bijzin spaak als men Nimmst du dich deiner Schwester an, weil sie heute krank ist? afsplitst in Nimmst du dich deiner Schwester an? en Weil sie heute krank ist. Ziet u het? De losse zin Weil sie heute krank ist loopt totaal mank omdat enerzijdse het voegwoord weil de afhankelijkheid van een hoofdzin uitdrukt en omdat anderzijds in een losstaande zin het werkwoord onmiddellijk achter het onderwerp moet staat (of onmiddellijk ervoor indien een ander zinsdeel dan het onderwerp vooraan staat). Dergelijke losse constructie met een onderschikkend voegwoord kan alleen maar als deze losse zin als een "schijnbaar" losse zin voorkomt, in bijvoorbeeld het gesprek tussen twee mensen: Warum hast du das getan?" en het antwoord van de andere: Weil er Hilfe brauchte. Dat antwoord is een "schijnbaar" losse zin, want in werkelijkheid is die zin een afkorting van Ich habe das getan, weil er Hilfe brauchte.

 

Het voegwoord weil betekent "omdat" en wordt steeds gebruikt om de oorzaak van de hoofdzin in de bijzin weer te geven, INDIEN die oorzaak voor de aangesprokene of aangeschrevene OP VOORHAND NIET BEKEND IS. Voorbeelden:

Er geht seinen Geschäften immer akribisch nach, weil er einem Absturz zuvorkommen will. ["etwas nachgehen" met datief betekent "iets opvolgen"; "zuvorkommen" is steeds met datief]

Sie rotteten zusammen, weil sie etwas im Sinne hatten.

Weil er sie unerwartet hintergangen war, ließ sie sich von Zorn hinreißen. ["jemanden hintergehen" betekent "iemand bedriegen"]

 

Het voegwoord weil is onderschikkend; het vervoegde werkwoorddeel staat dan ook steeds achteraan in de bijzin. Bemerk, dat men de bijzin met een onderschikkend voegwoord steeds kan verschuiven naar de eerste plaats voor de hoofdzin in de uitspraak, zoals in het laatste voorbeeld hierboven. Daarbij wordt het nog duidelijker, dat dit voegwoord werkelijk onderschikkend is, want... splits de twee zinnen maar eens van elkaar af: Weil er sie hintergangen war en Ließ sie sich von Zorn hinreißen. Daarbij vallen zelfs de beide zinnen in duigen!

 

Vaak ondersteunt men het niet op voorhand bekend zijn van de oorzaak met de bijwoorden darum, deshalb, deswegen, besonders, vor allem. Voorbeelden:

Ich half ihm deshalb, weil er plötzlich fiel.

Weil er Unangenehmes im Sinne hatte, darum haben wir ihn aufgehalten.

Er war ihr vor allem zuvorgekommen, weil er fürchtete, dass sie ein Unrecht begehen würde.

 

Voor het voegwoord weil geldt dan ook:

Weil betekend "omdat", en het geeft steeds de oorzaak voor de hoofdzin weer, INDIEN DE OORZAAK voor de aangesprokene of aangeschrevene NIET OP VOORHAND BEKEND IS.

Dit voegwoord is onderschikkend.

Het vervoegde werkwoorddeel staat dan ook steeds helemaal achteraan in de bijzin.

De bijwoorden darum, deshalb, deswegen, besonders, vor allem kunnen het niet op voorhand bekend zijn van de oorzaak ondersteunen in de hoofdzin.

 

Belangrijke tip: Het is in de geschreven taal fout om hier - bij een op voorhand onbekende oorzaak - het voegwoord denn te gebruiken. Het is zelfs best om dit in de gesproken taal ook nooit te doen, hoewel het daar vaak voorkomt en toegelaten is zolang het als nevenschikkend voegwoord gebruikt wordt. Door het voegwoord denn als oorzaak voor de eerste zin te mijden, voorkomt u het foutief plaatsen van het werkwoord helemaal achteraan in de tweede zin (waartegen door een Nederlandstalige toch zo dikwijls gezondigd wordt). Onthou immer steeds, dat dit voegwoord "want" betekent en enkel een bijkomende informatie inluidt zoals in Nimmst du dich deiner kranken Schwester an, denn du bist die Älteste? De oorzaak van de ziekte der zus is daarmee niet weergegeven).

 

Het voegwoord da betekent ook "omdat" en wordt steeds gebruikt om de oorzaak van de hoofdzin in de bijzin weer te geven, INDIEN die oorzaak door de aangesprokene of de aangeschrevene REEDS VOORHAND BEKEND IS. Voorbeelden:

Da es doch nicht mehr zu ändern ist, können wir die Stelle verlassen. [Hier is de oorzaak voor de hoofdzin reeds op voorhand bekend]

Da der Baum so majestätisch herangewachsen ist, wurde er jedem eine Augenweide. [De oorzaak is op voorhand bekend]

Da ich keine Nachricht erhalten habe, werde ich dir nochmals schreiben. [Het is op voorhand bekend, dat de andere persoon niet geantwoord heeft]

 

Het voegwoord da is steeds onderschikkend; het vervoegde werkwoorddeel staat dan ook achteraan in de bijzin. Meestal plaatst men de bijzin met dit voegwoord voor de hoofdzin.

Vaak ondersteunt men het reeds op voorhand bekend zijn van de oorzaak met de bijwoorden ja, doch, nur, bekanntlich, wie schon gesagt, wie bereits bemerkt enzomeer. Voorbeelden:

Ach, da wie schon bekannt der Teufel los ist, können wir die Sache vergessen.

Da ich wie bereits bemerkt noch immer keinen Widerspruch erhalten habe, gehe ich davon aus, dass Sie einverstanden sind.

Da es uns ja klar wurde, dass er sich immer wieder umsonst auflehnte, haben wir ihn fallen lassen.

 

Voor het voegwoord da geldt dan ook:

Da betekend "omdat", en het geeft steeds de oorzaak voor de hoofdzin weer, INDIEN DE OORZAAK voor de aangesprokene of aangeschrevene REEDS OP VOORHAND BEKEND IS.

Dit voegwoord is onderschikkend.

Het vervoegde werkwoorddeel staat dan ook steeds helemaal achteraan in de bijzin.

De bijwoorden of bijwoordelijke woordgroepen ja, doch, nur, bekanntlich, wie schon gesagt, wie bereits bemerkt enzomeer kunnen het op voorhand bekend zijn van de oorzaak ondersteunen in de hoofdzin.

 

In stap 37 komen weer andere voegwoorden aan bod.

Stap 37 verschijnt op dinsdag 24 februari 2009.

 

 
Lijst van alle stappen



 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).