U bevindt zich hier: Lijst stappen Stap 28  

STAP 28

Hoofdaccent: Voorzetsel bis

met accusatief en datief

 

Indien u nog geen Duits spreekt of nog niet redelijk foutloos kan schrijven, is het aangewezen te starten met de inleidende algemene informatie en de eerste stap.

"Kinder bis zu 12 Jahren können hinein."
[khɪndɐ bɪs tsu: zvœlf ja:rən khœnən hɪnain]

Een heel bijzonder voorzetsel is bis, bijzonder omdat het enerzijds in heel speciale situaties de accusatief of de datief gebruikt, en anderzijds zich op haast onverwachte momenten gedraagt als een bijwoord of een voegwoord. Meer zelfs... het is in staat om een daaropvolgend voorzetsel te vernederen tot een gewoon bijwoord. Voelt u het al aankomen? Het woord bis zal van u het uiterste vragen wat verbuiging betreft. Het neusje van de zalm zal hierbij bovenkomen! Specialistenwerk tot en met. Beheerst u deze komende stap, dan bent u helemaal geen beginneling meer. Een uitdaging? Daar gaan we....

SPRAAKKUNST

substantief:   is de naam die gegeven wordt aan een object (bv.: mens, voorwerp) of een niet materieel iets (bv.: gevoelens). Men noemt dit ook een zelfstandig naamwoord.

onderwerp:   veelal de persoon of voorwerp die/dat iets doet in de zin, of waarvan een eigenschap vermeld wordt. Staat in de naamval nominatief.

lijdend voorwerp:   de persoon of het voorwerp waarop de handeling in de zin uitgevoerd wordt. Staat in de naamval accusatief.

meewerkend voorwerp:   de persoon of het voorwerp die met het werkwoord meewerkt. Staat veelal in de datief of anders gekoppeld aan een voorzetsel.

voorzetsel:   een woord dat een bepaalde betrekking weergeeft tussen twee substantieven, of tussen een werkwoord en een substantief.

lidwoord:   een woord dat aan een persoon of een voorwerp voorafgaat en er "lid" van geworden is.

adjectief:   is een woord dat een substantief karakteriseert, er een eigenschap van weergeeft. Het staat bij een substantief. Men noemt het ook een bijvoeglijk naamwoord.

predicatief:   is een adjectief dat een gelijkstelling weergeeft en gekoppeld is aan de werkwoorden "sein, werden, bleiben". Het wordt nooit verbogen.

naamval:    de verandering in een woord (verbuiging) die bepaalt welke woordsoort (bv.: onderwerp, lijdend voorwerp) het woord in de zin is. Belangrijk in het Duits!

verbuigen:    is het aanpassen van het woord aan de noodzakelijke naamval. Een tussenwerpsel of een bijwoord worden nooit verbogen.

nominatief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "onderwerp" van de zin is.

genitief:    is de naamval die het bezit van of de afhankelijkheid tegenover een betrokken substantief uitdrukt. Deze naamval wordt ook gebruikt na heel wat voorzetsels.

datief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "meewerkend voorwerp" van de zin is, of die verbonden is aan een bepaald voorzetsel.

accusatief:    is de naamval die bepaalt - onder andere - welke persoon of welk voorwerp het "lijdend voorwerp" van de zin is.

voornaamwoord:    woord dat een persoon aanduidt zonder hem of haar expliciet te noemen. "Hem" en "haar", "ik", "jij", "hij", "zij" en zo meer zijn bijvoorbeeld voornaamwoorden.

bijwoord:    is een woord dat een adjectief of een werkwoord nader kan bepalen. Het wordt nooit verbogen en kan uit de zin weggelaten worden, zonder dat de zinsconstructie in gevaar komt.

werkwoord:    is een woord dat de actie of de werking van de zin uitvoert.

vervoegen:    is het aanpassen van een werkwoord aan de persoon, aan de hoeveelheid personen, aan de tijd en aan meer.

deelwoord (Partizip):    is het woord dat deelt in de eigenschappen van meerdere woordsoorten, zoals werkwoorden, adjectieven en substantieven.

 

"Bis" als enkelvoudig voorzetsel

Het zuivere voorzetsel bis wordt gevolgd door een accusatief als het voorafgaat aan een tijdsbepaling met een substantief. Substantief betekent concreet Montag, Dienstag, Mittwoch... Januar, Februar, März... Uhr, Minute, Tag.... Voorbeelden:

Bis Dienstag, den 18. November.. [bɪs di:nsta:k de:n axtse:nthn novɛmbɐ]

Bis Ende Dezember, den 31.,... [bɪs ɛndə de:tsɛmbɐ, de:n ainuntdraisɪçstən]

Bis kommenden Monat... [bɪs khoməndn mo:nat]

Opmerking: Bemerkt u de uitzonderlijke lange "ie" in het woord Dienstag? Het komt inderdaad weinig voor in de Duitse taal, dat men een lange "i" weergeeft met "ie".

Opmerking: Een ranggetal zoals in ..den 18. November wordt in het Duits steeds weergegeven door het getal te laten volgen door een punt. En de namen van maanden worden steeds met een hoofdletter begonnen.

Uitspraak: De "a" in het woord der Monat wordt kort uitgesproken! Velen zondigen daartegen. En de namen van de maanden vergen een speciale aandacht bij de uitspraak. Alle namen ervan komen uit een vreemde taal, daarom wordt een "v" in dergelijke naam uitgesproken als een Nederlandse v en niet als een Duitse "f". Bij de uitspraak van de maandnamen kan u uw kennis over de Duitse uitspraak lustig benutten! Let daarbij op, om een "k,p of t" duidelijk te aspireren, en tussen twee klinkers geen verbindings-w uit te spreken zoals in het Nederlands. Hier alvast de twaalf maandnamen met hun uitspraak:

Januar [janua:ɐ] (Oho! Geen verbinding maken tussen "u" en de "a", wel een pauze van een secondefractie!)

Februar [fe:brua:ɐ] (Oho! Geen verbinding maken tussen "u" en de "a", wel een pauze van een secondefractie!)

März [mɛrts] (Korte "e"-uitspraak.)

April [aprɪl] (let op de Duitse "l", een volbuikige "l" met gekrulde tong.)

Mai [mai] (Uitzonderlijke weergave van "ai" in plaats van het Duitse "ei", uit te spreken als een tweeklank "aj")

Juni [ju:ni] (Wordt ook vaak Juno om te onderscheiden van "Juli")

Juli [ju:li] (Wordt ook vaak ju:lai uitgesproken om te onderscheiden van "Juni")

August [august] (Een duidelijk Duitse "g" zoals in het Franse "Gare")

September [zepthɛmbɐ] (Een "z" in het begin en... aspireren bij deze "t"!)

Oktober [oktho:bɐ] (Aspireren bij deze "t" en een duidelijke lange "o"!)

November [novɛmbɐ] (Korte "o" en niet-Duitse "v".)

Dezember [de:tsɛmbɐ] (lange "e" in het begin.)

 

Het zuivere voorzetsel bis wordt gevolgd door een datief als de daaropvolgende tijdsbepaling niet bestaat uit een substantief. Dat is het geval met een jaartal of met de bijwoorden heute, morgen, übermorgen.... Voorbeelden:

Bis heute, dem 18. November.. [bɪs hoitə de:m axtse:nthn novɛmbɐ]

Bis morgen, dem 19. November... [bɪs morgn de:m neuntse:nthn novɛmbɐ]

Bis 1989, dem Jahr des Mauerfalls... [bɪs neuntse:nneununtaçtsɪç de:m ja:ɐ dɛs mauɐfals]

 

Het zuivere voorzetsel bis wordt ook gevolgd door een datief als de daaropvolgende plaatsbepaling (niet een tijdsbepaling) op zich gevolgd wordt door een bijkomende beschrijving. Voorbeelden:

Bis Berlin, der Hauptstadt Deutschlands... [bɪs bɛrli:n de:ɐ hauptsthat doitʃlants]

Bis Mallorca, der schönen Insel ... [bɪs majorkha de:ɐ ʃønən ɪnzl]

Bis Mars, dem roten Planeten... [bɪs mars de:m ro:thn plane:thn]

 

Maar, het zuivere voorzetsel bis wordt gevolgd door een accusatief als de daaropvolgende plaatsbepaling (het gaat alweer niet om een tijdsbepaling) op zich NIET gevolgd wordt door een bijkomende beschrijving, maar voorafgegaan kan worden door een adjectief. Voorbeelden:

Bis das schöne Berlin... [bɪs das ʃønə bɛrli:n]

Bis das ferne Mallorca... [bɪs das fɛrnə majorkha]

Bis den roten Mars... [bɪs de:n ro:thn mars]

Uitspraak: let u er goed op, om de "r" rollend uit te spreken in de woorden roten Mars...?

 

"Bis" in combinatie met een voorzetsel

Nu wordt het pas echt lastig... Het woord bis is GEEN voorzetsel, maar wel een bijwoord als het in combinatie met een voorzetsel gebruikt wordt. De naamval van het daaropvolgende substantief wordt dan ook bepaald door het voorzetsel achter bis. Onmiddellijk enkele voorbeelden:

Bis gegen den frühen Morgen... [bɪs ge:gn de:n fry:ən morg:n] (accusatief na "gegen")

Bis vor einem Jahr... [bɪs fo:ɐ ainəm ja:ɐ] (datief na "vor" als plaatsaanduiding (na ja... tijdsaanduiding))

Jugentlichen bis zu 17 Jahren... [ju:gnlɪçn bɪs tsu: zieptse:n ja:rn] (datief na "zu")

Der Ball flog bis aufs Dach. [de:ɐ bal flo:g bɪs aufs dax] (accusatief na "auf" als bewegingsrichting ergensheen)

Er brachte sie bis vor die Tür. [e:ɐ braxthə zi: bɪs fo:r di: thy:ɐ] (accusatief na "vor" als bewegingsrichting ergens heen)

 

Lastiger is het met bis in combinatie met de voorzetsels an, auf, in.... Daarbij is het woord bis een bijwoord, zoals hier net boven, maar het wijzigt vaak de betekenis van het daaropvolgende voorzetsel in die zin, dat een virtuele beweging ontstaat in de richting van iets. En aldus volgt dan altijd de accusatief. Voorbeelden maken dit duidelijk:

Die Oper war bis auf den lezten Platz besetzt. [di: o:phɐ va:ɐ bɪs auf de:n lɛtstn plats bəzetst] (accusatief omdat hier een beweging uitgedrukt wordt in de richting van een maximale bezetting van de zaal.)

Bis auf einen Mann kamen sie alle um. [bɪs auf ainən man kha:mən zi: alə um] (accusatief omdat hier een beweging uitgedrukt wordt in de richting van een maximale hoeveelheid mensen.)

Er stand bis an die Knie im Wasser. [e:ɐ ʃthant bɪs an di: kni: im vasɐ] (accusatief omdat hier een beweging van het water uitgedrukt wordt in de richting van een maximale hoogstand.)

Bis ins Kleinste wurde alles in Ordnung gebracht. [bɪs ins klainsthə vurdə aləs in ordnuŋ gəbraxt] (accusatief omdat hier een beweging uitgedrukt wordt in de richting van het uiterste.)

 

Maar... het woord bis is zelfs in staat een daaropvolgend voorzetsel te vernederen tot een bijwoord. Daarbij zijn dan zowel bis als het omgevormde vorzetsel een bijwoord, en wordt de naamval van het daaropvolgende substantief helemaal niet door beide woorden bepaald! Hoe kan u weten, dat bis en het daaropvolgende voorzetsel beschouwd worden als een bijwoord en dus helemaal geen naamval bepalen? Regel is het volgende: als u bis en het daaropvolgende voorzetsel uit de zin kan weglaten, zonder dat de zinsconstructie daarbij mank loopt, dan gaat het om een bijwoordelijke combinatie. Voorbeelden:

Bis zu 20 Menschen starben zur Stelle. [bɪs tsu tsvantsiç mɛnʃn ʃtharbn zu:ɐ ʃthɛlə] ("Menschen" is hier in de nominatief geschreven, gezien het om het onderwerp van de zin gaat. "Bis zu" heeft daarbij geen enkele invloed op de naamval ervan, gezien het zich gedraagt als een bijwoordelijke constructie. Laat immers deze twee woorden weg, dan blijft de zinsconstructie intact, namelijk: 20 Menschen starben zur Stelle.

In het volgende voorbeeld blijft het voorzetsel volgend op bis een echt voorzetsel en bepaalt het de naamval. Kijk maar: Kinder bis zu 12 Jahren können hinein. Probeer bis en het voorzetsel zu maar eens weg te laten, dan wordt de zin "Kinder 12 Jahren können hinein". Daar klopt iets niet in die constructie. Ziet u het? Daarom is in die zin, het woord zu wel degelijk een voorzetsel en bepaalt de datief voor "Jahren".

Probeer nu aan de hand van het hier bovenstaande zelf eens te verklaren waarom in de volgende drie voorbeelden de combinatie van bis met een voorzetsel helemaal geen naamval bepaalt:

In der Halle haben bis zu 500 Besucher Platz. [ɪn de:ɐ halə ha:bn fynfhundərt bəzu:xɐ plats]

"Bis über 100 Männer waren anwesend. [bɪs ybɐ hundərt mɛnɐ va:rn anve:zənt]

Bis zu 20 Mitglieder können berufen werden. [bɪs tsu: tsvantsɪç mɪtgli:dɐ khœnən bəru:fn vɛrdn]

En probeer nu eveneens te verklaren waarom in de volgende drie voorbeelden de combinatie van bis met een voorzetsel wel de naamval bepaalt:

Eine Menge bis zu 500 Besuchern hatte in der Halle Platz. [aine mɛŋə bɪs tsu: fynfhundərt bəzu:xərn hatə in de:ɐ halə plats] (datief na "zu".)

"In Deutschland gibt's viele Gemeinden bis zu 100 000 Einwohnern. [in doitʃlant gi:pts fi:lə gəmaindn bɪs tsu: hundərtthausənt ainvo:nərn] (datief na "zu".)

Die Pflanzen wuchsen bis über das Grab. [di: pflantsn vu:ksn bɪs y:bɐ das gra:p] (accusatief omdat hier een beweging uitgedrukt wordt in de richting van...)

 

"Bis" en getallenreeksen

Nu wordt het specialistenwerk tot en met. Hopelijk kan u nu nog volgen... Bekijk even de volgende zin: Vom ersten April (datief) bis den 14. April (accusatief) is das Geschäft geschlossen. Daarbij gaat het om een getallenreeks gaande van een welbepaald minimum tot een welbepaald maximum. Bekijk ook de volgende mogelijkheid: Städte von 20 000 bis 50 000 Einwohnern. Daarbij gaat het om een getallenreeks die geen exact bepaalde hoeveelheid weergeeft, maar slechts een schatting tussen twee waarden. Wel... hou u vast! Indien een getallenreeks een welbepaald begin en welbepaald einde heeft (het eerste geval), en daarbij het minimum voorafgegaan wordt door een voorzetsel en het maximum voorafgegaan wordt door bis , dan wordt dit minimum verbogen naar het voorafgaande voorzetsel en het maximum verbogen met de accusatief! Bekijk het eerste voorbeeld maar eens heel aandachtig... Wordt slechts een schatting weergegeven tussen twee waarden, waarbij de eerste waarde voorafgegaan wordt door een voorzetsel en de tweede waarde door bis,dan worden de twee waarden verbogen naar dat eerste voorzetsel (en gedraagt bis zich niet als een voorzetsel, maar slechts als een voegwoord)!

Als u dergelijke getallenreeks wil weergeven waarbij GEEN voorzetsel voorkomt voor het eerste getal en bis voorkomt voor het tweede getal, dan is dat bis eveneens geen voorzetsel, maar slechts een voegwoord en bepaalt generlei de naamval! Voorbeeld: Deutsche Dichter des 17. bis 20. Jahrhunderds. Ziet u het hier? Het woord bis bepaalt hier geen naamval. De genitef in dit voorbeeld is een gevolg van de constructie "Duitse dichters van...".

 

Zo, dit was wellicht de moeilijkste stap tot nu toe. Heeft u alles begrepen, dan mag u zich terecht een specialist noemen in het verbuigen van naamvallen. Is het niet gelukt om alles in deze stap te begrijpen, maak u dan geen zorgen; met de jaren zal u dit alles spontaan en juist toepassen... In de volgende stap, stap 29, gaan we opnieuw de eenvoudige toer op: alle voorzetsels die enkel en alleen met een datief gevolgd kunnen worden.

 

 
Lijst van alle stappen



 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).