U bevindt zich hier: Lijst stappen Stap 26  

STAP 26

Hoofdaccent: Voorzetsels met enkel accusatief

Indien u nog geen Duits spreekt of nog niet redelijk foutloos kan schrijven, is het aangewezen te starten met de inleidende algemene informatie en de eerste stap.

"Der Mann war vom Blitz getroffen worden, so sehr dass er durch Hilfe vom Notarzt gerettet werden musste."
[de:ɐ man va:ɐ fom blɪts gətrofn vordn, zo: ze:ɐ das e:ɐ durx hɪlfɪ fom no:ta:rtst gərɛthə:t vɛ:ɐ:dn mustə]

Een aantal voorzetsels wordt enkel en alleen gevolgd door de accusatief. In deze stap komen de voorzetsels "durch, gegen, je, ohne, pro, um, für, wider, gen" aan bod.

SPRAAKKUNST

substantief:   is de naam die gegeven wordt aan een object (bv.: mens, voorwerp) of een niet materieel iets (bv.: gevoelens). Men noemt dit ook een zelfstandig naamwoord.

onderwerp:   veelal de persoon of voorwerp die/dat iets doet in de zin, of waarvan een eigenschap vermeld wordt. Staat in de naamval nominatief.

lijdend voorwerp:   de persoon of het voorwerp waarop de handeling in de zin uitgevoerd wordt. Staat in de naamval accusatief.

meewerkend voorwerp:   de persoon of het voorwerp die met het werkwoord meewerkt. Staat veelal in de datief of anders gekoppeld aan een voorzetsel.

voorzetsel:   een woord dat een bepaalde betrekking weergeeft tussen twee substantieven, of tussen een werkwoord en een substantief.

lidwoord:   een woord dat aan een persoon of een voorwerp voorafgaat en er "lid" van geworden is.

adjectief:   is een woord dat een substantief karakteriseert, er een eigenschap van weergeeft. Het staat bij een substantief. Men noemt het ook een bijvoeglijk naamwoord.

predicatief:   is een adjectief dat een gelijkstelling weergeeft en gekoppeld is aan de werkwoorden "sein, werden, bleiben". Het wordt nooit verbogen.

naamval:    de verandering in een woord (verbuiging) die bepaalt welke woordsoort (bv.: onderwerp, lijdend voorwerp) het woord in de zin is. Belangrijk in het Duits!

verbuigen:    is het aanpassen van het woord aan de noodzakelijke naamval. Een tussenwerpsel of een bijwoord worden nooit verbogen.

nominatief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "onderwerp" van de zin is.

genitief:    is de naamval die het bezit van of de afhankelijkheid tegenover een betrokken substantief uitdrukt. Deze naamval wordt ook gebruikt na heel wat voorzetsels.

datief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "meewerkend voorwerp" van de zin is, of die verbonden is aan een bepaald voorzetsel.

accusatief:    is de naamval die bepaalt - onder andere - welke persoon of welk voorwerp het "lijdend voorwerp" van de zin is.

voornaamwoord:    woord dat een persoon aanduidt zonder hem of haar expliciet te noemen. "Hem" en "haar", "ik", "jij", "hij", "zij" en zo meer zijn bijvoorbeeld voornaamwoorden.

bijwoord:    is een woord dat een adjectief of een werkwoord nader kan bepalen. Het wordt nooit verbogen en kan uit de zin weggelaten worden, zonder dat de zinsconstructie in gevaar komt.

werkwoord:    is een woord dat de actie of de werking van de zin uitvoert.

vervoegen:    is het aanpassen van een werkwoord aan de persoon, aan de hoeveelheid personen, aan de tijd en aan meer.

deelwoord (Partizip):    is het woord dat deelt in de eigenschappen van meerdere woordsoorten, zoals werkwoorden, adjectieven en substantieven.

 

durch

Het voorzetsel durch wordt in net dezelfde omstandigheden gebruik als in het Nederlands. Moeilijkheden ermee zijn dan ook niet te verwachten, tenzij in het bijzondere gebruik bij passieve zinnen (zie lager). Enkele voorbeelden van dit voorzetsel:

Man soll immer versuchen durch die Nase zu atmen. [man zol ɪmɐ fɛɐzu:xn durç di: na:zə tsu: a:tmən]

Mir schießt ein Gedanke durch den Kopf. [mi:ɐ ʃi:st ain gədaŋkhə durç de:n khopf]

Durch einen Freund habe ich noch drei WM-Karten bekommen. [durç ainən froint ha:bə ɪç noç drai we:ɛmkhartn bəkhomən

Er war das ganze Jahr durch im Ausland. [e:ɐ va:ɐ das gantsə ja:ɐ durç ɪm auslant] (bemerk hier het plaatsen van het voorzetsel achter het substantief, waarop het slaat, net zoals in het Nederlands trouwens.)

 

Durch en passieve zinnen

Bijzondere aandacht vraagt dit voorzetsel in verband met passieve zinnen; zinnen aldus met het hulpwerkwoord 'worden'. Voorbeelden van passieve zinnen uit het Nederlands: "Hij werd door het verkeer opgehouden. Hij zal mogelijk door zijn chef aangemaand worden, vroeger te vertrekken." Men gebruik voor passieve zinnen aldus het voorzetsel 'door' in het Nederlands. Dit is niet de algemene regel in het Duits.

Regel in het Duits voor passieve zinnen:

Als men de veroorzaker van iets wil weergeven, dan gebruikt men het voorzetsel von. Wil men het middel om iets te veroorzaken weergeven, dan gebruikt men het voorzetsel durch. Daarbij wordt het bijzonder goed uitkijken of een persoon bijvoorbeeld veroorzaker is of een middel om iets te veroorzaken.Voorbeelden zullen dit duidelijk maken. En indien het middel om iets te veroorzaken een voorwerp is, dan mag men het voorzetsel mit gebruiken (net zoals in het Nederlands), hoewel men in dit geval even vaak het voorzetsel durch gebruikt. Goed te weten: von wordt door een datief gevolgd, durch door een accusatief en mit door een datief. Voorbeelden:

Das kranke Kind wurde von seiner Mutter gepflegt. [das kraŋkhə khɪnt vurdə fon sainɐ muthɐ gəpfle:kt] (de moeder is de veroorzaker van de verzorging)

Der Mann ist vom Blitz getroffen worden. [de:ɐ man ɪst fom blɪts gətrofn vordn] (de bliksem is de veroorzaker)

Er wurde durch einen Boten benachrichtigt. [e.ɐ vurdə durç ainən bo:thn bənaxrɪçthɪçt] (De bode is niet (!) de veroozaker van de boodschap. Het is de opdrachtgever aan die bode, die de veroorzaker is. De bode is aldus het middel om iets over te brengen!)

Die Brücke wurde durch Arbeiter gesprengt. [di: brykə vurdə durç arbaitɐ gəʃprɛŋt] (De arbeiders zijn niet de veroorzakers, wel het middel. De firma die hen tewerkstelt, is de veroorzaker! Maar... bekijk het volgende voorbeeld...)

Die Brücke wurde nicht von Arbeitern gesprengt, wie es gehört. [di: brykə vurdə nɪçt fon arbaitɐn gəʃprɛŋt vi: ɛs gəhœ:ɐt] (Hier zijn de arbeiders de veroorzakers. De fouten werden immers niet in opdracht gegegen.)

Das Schiff wurde mit/durch einem/einen Torpedo versenkt. [das ʃɪf vurdə mɪt [durç] ainəm [ainən] thorpe:do: fɛɐzɛŋkt] (Die torpedo is het middel, niet de veroorzaker. En gezien het hier om een voorwerp gaat, is men vrij te kiezen tussen de voorzetsels mit en durch.)

Specialistenwerk: Soms is het heel subtiel om het verschil tussen veroorzaker en middel te vatten. Neem nu bijvoorbeeld "Zij werd door het verkeer opgehouden" vertaalt men in Sie wurde vom Verkehr aufgehalten, omdat het verkeer de oorzaak van het probleem was. Maar men kan het verkeer ook als middel beschouwen in de volgende betekenis: "zij werd door middel van het verkeer opgehouden". Het verkeer zou haar hebben doorgelaten, maar door middel van de drukte erdoor werd ze opgehouden. Dan wordt het Sie wurde durch den Verkehr aufgehalten.

 

gegen

Dit voorzetsel wordt gebruikt in vele omstandigheden waar een Nederlandstalige het voorzetsel 'tegen' zou gebruiken. Enkele voorbeelden:

Ich komme gegen den Abend zu dir. [ɪç khomə ge:gn de:n a:bɛnt tsu: di:ɐ]

Das Fußballspiel gegen Belgien war nicht so leicht zu gewinnen. [das fu:sbalʃphi:l ge:gn bɛlgiən va:ɐ nɪçt zo: laiçt tsu: gəvɪnən]

 

je

Dit voorzetsel kan vertaald worden als "per" en wordt steeds gevolgd door een accusatief. Voorbeeld:

Gib je arme Person 10 Euro! [gi:p je: armə phɛɐzo:n tse:n oiro:]

Maar... wordt dit woord gebruikt in de betekenis van "elke keer", dan is het geen voorzetsel, zelfs geen adjectief, maar wordt het in het Duits beschouwd als een bijwoord, en volgt er nooit een verbuiging op (zoals bij alle bijwoorden)! Zo wordt het bijvoorbeeld "Je abgenutzter Computer [geen verbuiging door het gebruik van 'je'!] gehört zum Müll" [betekent niet "elke opgebruikte computer..." maar "elke keer wanneer een computer opgebruikt is...". Verwar aldus je niet met het voornaamwoord jeder. Het woord je wordt ook vaak gebruikt in de betekenis van "ooit" en is dan eveneens een bijwoord zoals in "Wer hat das je gedacht?"

 

ohne

Dit voorzetsel wordt gebruikt in vele omstandigheden waar een Nederlandstalige het voorzetsel 'tegen' zou gebruiken. Enkele voorbeelden:

Das ist ohne jeden Zweifel richtig. [das ɪst o:nə je:dn tsvaifl rɪçth]

Er tat es ohne ihre Erlaubnis. [e:ɐtha:t ɛs o:nə i:rə ɛɐlaupnɪs]

 

pro

Dit voorzetsel is een alternatief voor het voorzetsel je en wordt meestal door een lidwoordloos substantief in de accusatief gevolgd. Een voorbeeld:

Pro Mann kostet es 10 Euro. [pro: man khosthət ɛs tse:n oiro:]

 

um

Dit voorzetsel - dat zoals alle voorgaanden in deze stap steeds gevolgd wordt door een accusatief - heeft veelal de betekenis van het Nederlandse "rond, rondom". Enkele voorbeelden:

Sie saßen um den Kamin. [zi: za:sn um de:n khami:n]

Wir kommen um Weihnachten. [vi:ɐ khomən um vainaxthn] (betekent aldus: rondom Kerstmis)

Er ist um einen Kopf größer als ich. [e:ɐ ɪst um ainən khopf grøɐ als ɪç]

In verbinding met enkele werkwoorden, kan dit voorzetsel de betekenis hebben van het Nederlandse "naar, voor". Enkele voorbeelden:

Sie bewirbt sich um eine Stelle. [zi: bəvɪrpt zɪç um ainə ʃthɛlə] (dit betekent: solliciteren naar een plaats)

Sie kämpften um ihr leben. [zi: khɛmpfthn um i:ɐ le:bn] (hier gaat het om de betekenis 'voor')

Jeder arbeitet ums blöde Geld. [je:dɐ arbaithət ums blødə gɛlt] (betekent ook hier: 'voor')

Opmerking: Dit woord wordt ook vaak gebruikt als een voegwoord tussen twee zinnen in de betekenis van het Nederlandse 'om' in bijvoorbeeld "Sie arbeitet um zu überleben".

 

für, wider, gen

Het voorzetsel für, dat ook steeds door een accusatief gevolgd wordt, werd reeds in stap 23 behandeld. Tenslotte resten er nog twee voorzetsels die enkel met een accusatief gevolgd worden: wider en gen.

Het voorzetsel wider - niet te verwarren met het bijwoord wieder - betekent "in strijd met", is echter verouderd en komt nog slechts voor als voorvoegsel bij een aantal woorden zoals widerlegen, widerrufen, Widerruf waarbij het de betekenis 'tegen' heeft. Ook wordt het nog gebruikt in een vaste uitdrukking als wider Willen (betekent: 'met tegenzin').

Eveneens verouderd is het voorzetsel gen. Dit had de betekenis 'naar' en wordt nog vrij veel gebruikt in het Zuid-Duits, niet meer in het Hoog-Duits (de standaardtaal). Zo spreekt men in Bayern over gen München gehen of gen Himmel schauen of gen Süden fahren.

 

Zo... dit was even een vrij gemakkelijke stap. In de volgende stap, stap 27, komen enkele uitzonderlijke voorzetsels aan bod, die zowel door de accusatief als de datief gevolgd (of voorafgegaan) worden en niets te maken hebben met de vaste regel van accusatief bij richtingsaanduiding en datief bij plaatsaanduiding.

 

 
Lijst van alle stappen



 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).