U bevindt zich hier: Lijst stappen Stap 16  

STAP 16

Hoofdaccent: adjectieven en voornaamwoorden

Indien u nog geen Duits spreekt of nog niet redelijk foutloos kan schrijven, is het aangewezen te starten met de inleidende algemene informatie en de eerste stap.

"Können Sie gefälligst Ihr Surround leiser abstellen?"
[khœnən zi: gəfɛlɪçst i:ɐ sy:ɐaunt laizɐ apʃthɛlən]

In de vorige stap hebben we de aanwijzende en vragende voornaamwoorden doorgenomen. Kan u deze reeds vlot gebruiken? Zo niet, herlees stap 15 nog eens. Algemeen kan u het volgende goed proberen te onthouden:

De verbuiging van aanwijzende voornaamwoorden gebeurt steeds zoals het bepaald lidwoord der [de:ɐ], behalve voor de genitief en datief van het aanwijzend voornaamwoord der [de:ɐ], dat de betekenis heeft van het Nederlandse "die".

Een adjectief na een aanwijzend voornaamwoord wordt steeds zwak verbogen.

 

De verbuiging van vragende voornaamwoorden is vaak speciaal, bovendien kan het vragend voornaamwoord welch [vɛlç] verbuigingsloos gebruikt worden.

Een adjectief na een vragend voornaamwoord wordt steeds zwak verbogen, behalve als welch [vɛlç] niet verbogen gebruikt wordt, dan verbuigt men het adjectief erachter sterk.

 

SPRAAKKUNST

substantief:   is de naam die gegeven wordt aan een object (bv.: mens, voorwerp) of een niet materieel iets (bv.: gevoelens). Men noemt dit ook een zelfstandig naamwoord.

onderwerp:   veelal de persoon of voorwerp die/dat iets doet in de zin, of waarvan een eigenschap vermeld wordt. Staat in de naamval nominatief.

lijdend voorwerp:   de persoon of het voorwerp waarop de handeling in de zin uitgevoerd wordt. Staat in de naamval accusatief.

meewerkend voorwerp:   de persoon of het voorwerp die met het werkwoord meewerkt. Staat veelal in de datief of anders gekoppeld aan een voorzetsel.

voorzetsel:   een woord dat een bepaalde betrekking weergeeft tussen twee substantieven, of tussen een werkwoord en een substantief.

lidwoord:   een woord dat aan een persoon of een voorwerp voorafgaat en er "lid" van geworden is.

adjectief:   is een woord dat een substantief karakteriseert, er een eigenschap van weergeeft. Het staat bij een substantief. Men noemt het ook een bijvoeglijk naamwoord.

predicatief:   is een adjectief dat een gelijkstelling weergeeft en gekoppeld is aan de werkwoorden "sein, werden, bleiben". Het wordt nooit verbogen.

naamval:    de verandering in een woord (verbuiging) die bepaalt welke woordsoort (bv.: onderwerp, lijdend voorwerp) het woord in de zin is. Belangrijk in het Duits!

verbuigen:    is het aanpassen van het woord aan de noodzakelijke naamval. Een tussenwerpsel of een bijwoord worden nooit verbogen.

nominatief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "onderwerp" van de zin is.

genitief:    is de naamval die het bezit van of de afhankelijkheid tegenover een betrokken substantief uitdrukt. Deze naamval wordt ook gebruikt na heel wat voorzetsels.

datief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "meewerkend voorwerp" van de zin is, of die verbonden is aan een bepaald voorzetsel.

accusatief:    is de naamval die bepaalt - onder andere - welke persoon of welk voorwerp het "lijdend voorwerp" van de zin is.

voornaamwoord:    woord dat een persoon aanduidt zonder hem of haar expliciet te noemen. "Hem" en "haar", "ik", "jij", "hij", "zij" en zo meer zijn bijvoorbeeld voornaamwoorden.

bijwoord:    is een woord dat een adjectief of een werkwoord nader kan bepalen. Het wordt nooit verbogen en kan uit de zin weggelaten worden, zonder dat de zinsconstructie in gevaar komt.

Ter aanvulling: het Nederlandse aanwijzend voornaamwoord "die" wordt in het Duits der [de:ɐ], grotendeels verbogen volgens het gelijkaardige bepaald lidwoord "der" maar met speciale genitief en datief (zoals reeds vermeld in stap 15). Het Nederlandse aanwijzend voornaamwoord "dit" echter wordt in het Duits dieser [di:zɐ] en wordt volledig verbogen zoals het bepaald lidwoord der [de:ɐ]. Maar...

Zoals elk aanwijzend voornaamwoord kan dieser [di:zɐ] bij een substantief staan zoals in dieses Haus [di:zəs haus] of alleen staan zoals in Das Haus ist schön. Dieses will ich haben. [das haus ɪst ʃøn di:zəs vɪl ɪç ha:bn] . Wel, indien dit aanwijzend voornaamwoord alleen staat, mag u het in de nominatief en accusatief onzijdig vervangen door het verbuigingsloze dies [di:s],maar zoals geschreven enkel in de onzijdige vorm. Voorbeeld: Das Haus ist schön. Dies will ich haben. [das haus ɪst ʃøn di:s vɪl ɪç ha:bn].

 

PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN

Persoonlijke voornaamwoorden zoals "ik, hij, jij, zij, wij, jullie, jou" staan steeds alleen. Zij vervangen een persoon of een voorwerp. Zij worden nooit gevolgd door een adjectief, noch een substantief.

Lees aandachtig de verbuiging van de persoonlijke voornaamwoorden. Let vooral op de datief en de accusatief. De genitief is heel speciaal, wordt in het Duits echter zoveel mogelijk vermeden. Hoe men dat kan vermijden, zullen we later wel zien.

Voorbeelden van persoonlijke voornaamwoorden:

Ik heb jou graag. "Ich mag dich." [ɪç ma:k dɪç] (Twee pers.vnw.: ich & dich)

Mag ik u iets vragen? "Darf ich Sie etwas fragen?" [darf ɪç zi: ɛtvas fra:gn] (Twee pers.vnw.: ich & Sie)

Hij dankt jou. "Er dankt dir." [ɛɐ daŋkt di:ɐ] (Twee pers.vnw.: er & dir)

Zij helpt jullie wel. "Sie hilft euch wohl." [zi: hɪlft oiç vo:l] (Twee pers.vnw.: sie & euch)

Zij helpt u wel. "Sie hilft Ihnen wohl." [zi: hɪlft i:nən vo:l] (Twee pers.vnw.: sie & Ihnen)

Wij zien het. "Wir sehen es." [vɪɐ ze:ən ɛs] (Twee pers.vnw.: wir & es)

Wij helpen het wel. "Wir helfen ihm wohl." [vɪɐ hɛlfn i:m vo:l] (Twee pers.vnw.: wir & es)

 

VERBUIGING VAN BEZITTELIJKE VOORNAAMWOORDEN

Bezittelijke voornaamwoorden zoals "mijn, zijn, haar, onze, jouw, jullie" kunnen zoals de aanwijzende voornaamwoorden alleen staan, maar komen ook zeer veel voor bij substantieven zoals in "mijn auto".

Alle bezittelijke voornaamwoorden worden verbogen zoals het onbepaalde lidwoord ein [ain] of kein [kain]. U kan die verbuiging nog eens doornemen in stap 13.

Bij de verbuiging van de bezittelijke voornaamwoorden unser [unzɐ] en euer [oiɐ] kan (moet niet!) de onbeklemtoonde "e" in die woorden of in hun verbuigingsuitgang wegvallen in een aantal naamvallen en geslachten. Zie daartoe de speciale vormen van unser en euer. Maar nog eens: u bent niet verplicht om die speciale vormen te gebruiken.

 

VERBUIGING VAN ADJECTIEVEN NA BEZITTELIJKE VOORNAAMWOORDEN

In tegenstelling tot de aanwijzende voornaamwoorden worden bij de bezittelijke voornaamwoorden de adjectieven erachter gemengd verbogen.

Voorbeelden van bezittelijke voornaamwoorden:

Ik heb jouw gewoontes graag. "Ich mag deine Gepflogenheiten." [ɪç ma:k dainə gəpflo:gnhaithn]

Ik heb jouw voorname gewoontes graag. "Ich mag deine anständigen Gepflogenheiten." [ɪç ma:k dainə anʃthɛndigən gəpflo:gnhaithn]

Mag ik jullie auto gebruiken? "Darf ich euer Auto benutzen?" [darf ɪç oiɐ autho: bənutsn]

Mag ik jullie nieuwe auto gebruiken? "Darf ich euer neues Auto benutzen?" [darf ɪç oiɐ noiəs autho: bənutsn]

Mag ik jullie moeder uitnodigen? "Darf ich euere Mutter einladen?" [darf ɪç oiərə muthɐ ainla:dn]

Mag ik jullie lieve moeder uitnodigen? "Darf ich euere liebe Mutter einladen?" [darf ɪç oiərə li:bə muthɐ ainla:dn]

Mag ik jullie vader uitnodigen? "Darf ich eueren Vater einladen?" [darf ɪç oiərən fa:thɐ ainla:dn]

Mag ik jullie vriendelijke vader uitnodigen? "Darf ich eueren freundlichen Vater einladen?" [darf ɪç oiərən frointliçn fa:thɐ ainla:dn]

Wil u alstublieft uw surround zachter instellen? "Können Sie gefälligst Ihr Surround leiser abstellen?" [khœnən zi: gəfɛlɪçst i:ɐ sy:ɐaunt laizɐ apʃthɛlən]

De kredieten van uw bank zijn welkom. "Die Kredite Ihrer Bank sind mir willkommen." [di: kredi:thə i:rɐ baŋk zɪnt mi:ɐ vɪlkhomən]

De kredieten van uw Duitse bank zijn welkom. "Die Kredite Ihrer deutschen Bank sind mir willkommen." [di: kredi:thə i:rɐ doitʃən baŋk zɪnt mi:ɐ vɪlkhomən]

De gastvrijheid van uw landgenoot verheugt me. "Die Gastfreundlichkeit Ihres Landmann(e)s freut mich." [di: gastfrointlɪçkhait i:rəs lantman(ə)s froit mɪç]

De gastvrijheid van uw oudere landgenoot verheugt me. "Die Gastfreundlichkeit Ihres älteren Landmann(e)s freut mich." [di: gastfrointlɪçkhait i:rəs ɛlthərən lantman(ə)s froit mɪç]

Haar kind is ziek. "Ihr Kind ist krank." [i:ɐ khɪ:nt ɪst kraŋk]

Haar klein kind is ziek. "Ihr kleines Kind ist krank." [i:ɐ klainəs khɪ:nt ɪst kraŋk]

Haar kennis ter zake verwondert ons zeer. "Ihre Kenntnis zur Sache erstaunt uns sehr." [i:rə khɛntnɪs tsu:r zaxə ɛɐʃthaunt uns ze:ɐ]

Deze auto is van mij. "Dieses Auto ist meines." [di:zəs autho: ɪst mainəs]

Neen, de mijne (verwijzend naar een mannelijk voorwerp) kunnen jullie niet krijgen. "Nein, meinen könnt ihr nicht haben." [nain, mainən khœnt i:ɐ nɪçt ha:bn]

 

Aandachtspunt: Velen neigen ertoe een verbuigingsuitgang "-es" toe te voegen aan de nominatief of accusatief onzijdig van een bezittelijk voornaamwoord zoals in "Eures Auto steht da". Dat is totaal fout, gezien u een bezittelijk voornaamwoord verbuigt zoals een onbepaald lidwoord. U zou toch niet zeggen "Eines Auto steht da"? Het moet dan ook zijn: Ein Auto steht da [ain autho: ʃthe:t da:] en dus Euer Auto steht da [oiɐ autho: ʃthe:t da:].

Aandachtspunt: In het kader van de bemerking hier net boven, is het ook belangrijk te weten, dat de bezittelijke voornaamwoorden "ons" en jullie" in het Duits unser [unzɐ] en euer [oiɐ] zijn, dus niet "uns" en "eur". Daartegen wordt vaak gezondigd door een Nederlandstalige. Het is niet "Wir renovieren uns Haus", maar Wir renovieren unser Haus [vɪɐ re:novi:rən unzə haus].

Aandachtspunt: Zoals eerder in deze stap aangegeven, vermijdt men de genitief enkelvoud voor persoonlijke voornaamwoorden, wat in latere stappen nog verduidelijkt zal worden. Dit doet men echter niet bij bezittelijke voornaamwoorden die zelfstandig voorkomen zoals in "Dieses Auto ist meines." [di:zəs autho: ɪst mainəs]. Daarbij is "meines" een genitief.

In de volgende stap, stap 17, snijden we het moeilijke probleem aan van de verbuiging van een adjectief na een onbepaald voornaamwoord. Daarbij komen immers talrijke adjectieven voor die zich als een voornaamwoord kunnen gedragen...




 
Lijst van alle stappen



 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).