U bevindt zich hier: Lijst stappen Stap 14  

STAP 14

Hoofdaccent: Verbuiging adjectieven

Indien u nog geen Duits spreekt of nog niet redelijk foutloos kan schrijven, is het aangewezen te starten met de inleidende algemene informatie en de eerste stap.

"Wir genossen die kleinen Gesten des König Albert des Zweiten."
[vɪɐ gənosn di: klainən ge:sthn dɛs khønɪç albɛɐ dɛs tsvaithn]

In deze stap geven we kleur aan substantieven, bepalen we het karakter ervan of de eigenschap. We leren immers de bijvoeglijke naamwoorden, de adjectieven gebruiken.

ADJECTIEF

In de woordengroep "de kleine gebaren" is het woord "gebaren" een substantief. Ook het woord "de" kennen we reeds als lidwoord. Het woord "kleine" geeft een eigenschap van het substantief weer, het karakteriseert dat substantief. Dergelijk woord staat dan ook haast altijd bij een substantief, wordt er als het ware bijgevoegd. We noemen het dan ook een bijvoeglijk naamwoord of adjectief.

Adjectieven worden op drie verschillende wijzen benut in zinnen:

1. Adjectief: ze worden bij een substantief gevoegd ter karakterisering. Bijvoorbeeld: "de kleine gebaren".

2. Predicatief: ze zeggen iets over het onderwerp van de zin. Dat kan voorkomen bij zinnen met de werkwoorden "zijn, worden en blijven". Bijvoorbeeld: "Dat kind is groot", "Dat kind wordt groot", "Dat kind blijft klein".

3. Bijwoordelijk: ze zeggen iets meer bepalend over het werkwoord van de zin. Bijvoorbeeld. "De motor loopt gelijkmatig" of "Het hout trekt door de vochtigheid scheef". In de Duitse taal beschouwt men de laatste woorden "gelijkmatig" en "scheef" als adjectieven die zich bijwoordelijk gedragen. Deze komen dan ook enkel voor bij werkwoorden, behalve bij "zijn, worden en blijven".

VERBUIGING VAN ADJECTIEVEN

Adjectieven worden enkel verbogen indien zij adjectief, niet predicatief of bijwoordelijk gebruikt worden. Dus enkel als zij bij een substantief staan of zoals we in een verdere stap zullen zien, zelf een substantief worden, zoals in de zin "De zieken worden geholpen" waarbij "zieken" een gesubstantiveerd adjectief is.

De verbuiging van een adjectief is eigenlijk heel eenvoudig en volgt volgende regel:

Regel: in de Duitse taal vermijdt men het al te veel herhalen van een bepaalde verbuigingsuitgang. Zo zou bijvoorbeeld: "das Leiden des altes Mannes" (het lijden van de oude man) veel te veel de genitief benadrukken. Het is al ruim voldoende dat het lidwoord "des" [dɛs] en het substantief "Mannes" [manəs] de genitief aanwijzen. Daarom worden de verbuigingsuitgangen van adjectieven haast altijd 'geneutraliseerd' tot de uitgang "- en" [ən] zodra er reeds een lidwoord is, dat de naamval aangeeft, of zodra de naamval reeds eenduidig weergeven is. Ons voorbeeld wordt dan ook: "das Leiden des alten Mannes" [das laidn dɛs althn manəs]. Bekijken we even een ander voorbeeld met datief: "Wir halfen dem krankem Kind" (we hielpen het zieke kind). Daar is weer al te veel de datief beklemtoond. Daarom wordt het adjectief geneutraliseerd: "Wir halfen dem kranken Kind" [vɪɐ halfn de:m kraŋkhn khɪnt].

Is de naamval niet eenduidig, dan voegt men aan het adjectief de uitgang "- e" [ə] toe of verbuigt men het adjectief op de wijze van het bepaalde lidwoord "der" [de:ɐ]. Wanneer voegt men een "- e" [ə] toe, en wanneer verbuigt men volgens een bepaald lidwoord? De tabel hieronder zal duidelijkheid verschaffen. Maar laten we eerst even de verbuiginguitgangen bekijken volgens de verbuiging van een bepaald lidwoord, waarbij al onmiddellijk de neutralisering van de genitief mannelijk en onzijdig moet opvallen (!):

 

Uitgangen volgens bepaald lidwoord enkelvoud
Naamval Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig
    Uitgang   Uitgang   Uitgang
Nominatief der
[de:ɐ
-er
[ɐ
die
[di:
-e
[ə
das
[das
-es
[əs
Genitief des
[dɛs
-en (!)
[ən]  
der
[de:ɐ
-er
[ɐ
des
[dɛs
-en (!)
[ən
Datief dem
[de:m
-em
[əm
der
[dɛɐ
-er
[ɐ
dem
[de:m
-em
[əm
Accusatief den
[de:n
-en
[ən
die
[di:
-e
[ə
das
[das
-es
[əs

 

Uitgangen volgens bepaald lidwoord meervoud
Naamval Lidwoord Uitgang
Nominatief die
[di:
-e
[ə
Genitief der
[dɛɐ
-er
[ɐ]  
Datief den
[de:n
-en
[ən
Accusatief die
[di:
-e
[ə

 

De verbuiging van adjectieven kan als volgt geschematiseerd worden:

 

Geen
voorafgaand
lidwoord
Adjectief verbogen volgens het bepaald lidwoord der[dɛɐ]
(zie tabellen hierboven),
maar
geneutraliseerd met "- en" [ən] in:
de genitief mannelijk en onzijdig enkelvoud.
 
Voorafgaand
bepaald
lidwoord
Adjectief geneutraliseerd met uitgang "- en" [ən],
maar uitgang "- e" [ə] voor:
- de nominatief enkelvoud in alle geslachten
- de accusatief vrouwelijk en onzijdig enkelvoud.
Voorafgaand
onbepaald
lidwoord
Adjectief geneutraliseerd met uitgang "- en" [ən],
maar verbogen zoals het bepaald lidwoord der [dɛɐ] (zie tabellen hierboven) voor:
- de nominatief enkelvoud in alle geslachten
- de accusatief enkelvoud in alle geslachten
 

 

SPRAAKKUNST

substantief:   is de naam die gegeven wordt aan een object (bv.: mens, voorwerp) of een niet materieel iets (bv.: gevoelens). Men noemt dit ook een zelfstandig naamwoord.

onderwerp:   veelal de persoon of voorwerp die/dat iets doet in de zin, of waarvan een eigenschap vermeld wordt. Staat in de naamval nominatief.

lijdend voorwerp:   de persoon of het voorwerp waarop de handeling in de zin uitgevoerd wordt. Staat in de naamval accusatief.

meewerkend voorwerp:   de persoon of het voorwerp die met het werkwoord meewerkt. Staat veelal in de datief of anders gekoppeld aan een voorzetsel.

voorzetsel:   een woord dat een bepaalde betrekking weergeeft tussen twee substantieven, of tussen een werkwoord en een substantief.

lidwoord:   een woord dat aan een persoon of een voorwerp voorafgaat en er "lid" van geworden is.

adjectief:   is een woord dat een substantief karakteriseert, er een eigenschap van weergeeft. Het staat bij een substantief. Men noemt het ook een bijvoeglijk naamwoord.

predicatief:   is een adjectief dat een gelijkstelling weergeeft en gekoppeld is aan de werkwoorden "sein, werden, bleiben". Het wordt nooit verbogen.

naamval:    de verandering in een woord (verbuiging) die bepaalt welke woordsoort (bv.: onderwerp, lijdend voorwerp) het woord in de zin is. Belangrijk in het Duits!

verbuigen:    is het aanpassen van het woord aan de noodzakelijke naamval. Een tussenwerpsel of een bijwoord worden nooit verbogen.

nominatief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "onderwerp" van de zin is.

genitief:    is de naamval die het bezit van of de afhankelijkheid tegenover een betrokken substantief uitdrukt. Deze naamval wordt ook gebruikt na heel wat voorzetsels.

datief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "meewerkend voorwerp" van de zin is, of die verbonden is aan een bepaald voorzetsel.

accusatief:    is de naamval die bepaalt - onder andere - welke persoon of welk voorwerp het "lijdend voorwerp" van de zin is.

voornaamwoord:    woord dat een persoon aanduidt zonder hem of haar expliciet te noemen. "Hem" en "haar", "ik", "jij", "hij", "zij" en zo meer zijn bijvoorbeeld voornaamwoorden.

bijwoord:    is een woord dat een adjectief of een werkwoord nader kan bepalen. Het wordt nooit verbogen en kan uit de zin weggelaten worden, zonder dat de zinsconstructie in gevaar komt.

Aandachtspunt: Even herhalen: een adjectief wordt nooit verbogen als het predicatief gebruikt wordt (bij werkwoorden "sein, werden, bleiben" [zain, ve:ɐdn blaibn]) of als het bijwoordelijk gebruikt wordt (bij andere werkwoorden).

Ter informatie In de Duitse spraakkunst noemt men de verbuiging van adjectieven bij substantieven zonder een lidwoord: de 'sterke verbuiging'. Men spreekt over de 'zwakke verbuiging' voor adjectieven bij substantieven met een bepaald lidwoord, en over de 'gemengde verbuiging' voor adjectieven bij substantieven met een onbepaald lidwoord. In de tabellen voor verbuiging van adjectieven kan u elke verbuigingsmogelijkheid nog eens doornemen.

 

VOORBEELDEN VAN VERBOGEN ADJECTIEVEN

 

Adjectief bij een substantief zonder lidwoord:

Sterke koffie smaakt altijd: "Starker Kaffee schmeckt ja immer" [ʃarkhɐ khafe: ʃmɛkt ja: ɪmɐ]
Lieve gods wil: "lieben Gottes Wille" [li:bn gothəs vɪlə]
Tegen vroege middag: "zu frühem Mittag " [tsu; fry:əm mɪtha:k]
Ik lust Franse kaas: "Ich mag französischen Käse" [ɪç ma:k frantsøziʃən khɛ:zə] ("der Käse" is mannelijk)
Hoge dennen bepalen hier het landschap: "Hohe Tannen prägen hier die Landschaft" [ho:ə thanən prɛ:gn hi:ɐ di: lantʈaft]

 

Adjectief bij een substantief met bepaald lidwoord:

De blauwe hemel vrolijkte ons op: "Der blaue Himmel munterte uns auf" [de:ɐ blauə hɪml munthərthə uns auf]
De vreugde van het kleine kind: "Die Freude des kleinen Kindes" [di: froidə dɛs klainən khɪndəs]
Hij bedankt de hulpvaardige vrouw: "Er dankt der hilfsbereiten Frau " [e:ɐ daŋkt de:ɐ hɪfsbəraithn frau]
Hij benut zijn nieuwe computer: "Er benutzt seinen neuen Computer" [E:ɐ bənutst zainən noiən khompjuthɐ]
Wij genieten van het mooie landschap: "Wir genießen die schöne Landschaft" [vIɐ gəni:sn di: ʃønə lantʈaft]
Geef mij dat oude toestel eens! "Gib mir mal das alte Gerät" [gi:p mɪɐ mal das altə gərɛ:t]
De jonge snaken deden het alweer: "Die jungen Burschen taten es wieder" [di: juŋən burʈn tha:thn ɛs vi:dɐ]

Uitspraaktip: Bij de vervoeging van het werkwoord "geben" [ge:bn] spreekt men de "i" steeds lang uit in de tweede "du gibst" [du: gi:pst] en derde persoon enkelvoud "er gibt" [du: gi:pt] van de tegenwoordige tijd, alsook in de imperatief "gib!" [gi:p].

 

Adjectief bij een substantief met onbepaald lidwoord:

Een hele dag duurt soms lang: "Ein ganzer Tag dauert manchmal" [ain gantsɐ tha:k dauərt maŋçma:l]
Een nieuwe microgolf bespaart ons misschien elektriciteit: "Eine neue Mikrowelle erspart uns vielleicht Strom" [aine noiə mikrovɛlə ɛɐʈpha:rt uns fi:laiçt ʈtro:m]
Een nieuw faxtoestel is ook welgekomen: "Ein neues Faxgerät ist auch willkommen" [ain noiəs faksgərɛ:t ist aux vɪlkhomən]
De pret van een groot bad: "das Vergnügen einer großen Badewanne" [das fɛɐgnygn ainɐ gro:sn ba:dəvanə]
Hij ging altijd naar een oude dame: "Er ging immer zu einer alten Dame" [e:ɐ gɪŋ ɪmɐ tsu: ainɐ althn da:mə]
Hij rijdt nu een tonnenzware LKW: "Er fährt nun einen tonnenschweren LKW" [e:r fɛ:rt nun ainən thonənʃve:rən ɛlkha:ve:]
Zij kocht daar toch wel een afschuwelijke lamp: "Sie kaufte sich halt eine hässliche Lampe" [si: khauftə ziç halt ainə hɛsliçə lamphə]
Wij genieten van een prachtig bed: "Wir genießen ein wunderschönes Bett" [vɪɐ gəni:sn ain vundɐʃønəs bɛt]
Hij doet geen belangrijke dingen: "Er tut keine wichtigen Dinge" [e:ɐ thu:t khainə vɪçɪgən diŋə]

Aandachtspunt: Voor een Nederlandstalige kan de verbuiging van zowel adjectieven als substantieven in het Duits voor verwarring zorgen. Oefening en gewoontevorming kunnen u daarvoor behoeden. Verwarrend wordt het bijvoorbeeld wanneer de meervoudsvorm van een substantief geen "-n" als uitgang heeft in het Duits en toch wel in het Nederlands, en als daarbij een adjectief staat, dat dan in het Duits altijd de uitgang "-en" heeft, daar waar het geen dergelijke "n"-uitgang heeft in het Nederlands. Zo bijvoorbeeld "de kleine dingen" wordt "die kleinen Dinge" [di: klainən diŋə].

 

OEFENING

 

Vertaal volgende zinnen en let goed op de verbuiging van de adjectieven.

Indien een umlaut of een "ß" nodig is, dan kan u bij het invullen van de nodige woorden deze umlaut vervangen door een "e" te laten volgen op de klinker. Tevens kan u de "ß" vervangen dooor "ss". Bijvoorbeelden:

"ä" en "ae"
"ä" en "Ae"
"ü" en "ue"
"ü" en "Ue"
"ö" en "oe"
"ö" en "Oe"
"äu" en "aeu"
"äu" en "Aeu"
"ß" en "ss".
Dit is interessant indien u geen Duits toetsenbord gebruikt, wat aan te nemen valt.

Indien na een zin een (!) staat, wijst dit op een taaleigen uitdrukking.

 

Vandaag was het alweer een mooie dag.

Zij schrijft altijd nette emails.

Kleine gebaren kunnen wonderen doen.(!)

De nieuwe CD's van de jonge zanger klinken aangenaam.

Wie helpt niet graag een mooi meisje?

Kan ik een volle fles rode wijn?(!)

De kleine kinderen spelen graag.

Haast elke groente draagt sporen van zwaar metaal.

De kracht van de snelle atleet verwonderde ons.

De aanvaller van FC Bayern haatte het verdomde buitenspel.

Jonge lui hebben graag een snelle auto.

Warme maaltijden kunnen verrukkelijk zijn.

De CO2-uitstoot van snelle wagens voldoet niet aan de eisen van de EU.

Jonge kinderen moet men beschermen.

 

In de volgende stap, stap 15, komen de aanwijzende en vragende voornaamwoorden aan bod. Deze zullen alweer de verbuiging van een adjectief beïnvloeden. Bovendien stelt zich de vraag: wat als er twee of meer adjectieven na elkaar voorkomen?




 
Lijst van alle stappen



 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).