U bevindt zich hier: Lijst stappen Stap 13  

STAP 13

Hoofdaccent: De genitief

Indien u nog geen Duits spreekt of nog niet redelijk foutloos kan schrijven, is het aangewezen te starten met de inleidende algemene informatie en de eerste stap.

"Wir genossen die kleinen Gesten des König Albert des Zweiten."
[vɪɐ gənosn di: klainən ge:sthn dɛs khønɪç albɛɐ dɛs tsvaithn]

In de vorige stap werd de verbuiging van adjectieven aangekondigd. Dat stellen we echter nog uit tot de volgende stap. Eerst behandelen we de laatste van de vier naamvallen, de genitief.

NAAMVAL GENITIEF

We kennen reeds drie van de vier naamvallen: de nominatief, de datief en de accusatief. Er is echter nog een vierde: de genitief. Deze drukt een bezitsrelatie uit (bijvoorbeeld: "de CD van mijn vriend") of een afhankelijkheid (bijvoorbeeld: "De waanzin van een oorlog, de helft van mijn vermogen").

In het Nederlands gebruikt men voor de naamval genitief meestal het voorzetsel "van". Dat gebeurt ook wel eens in het Duits, maar meestal gebruikt men in het Duits helemaal geen voorzetsel voor een genitief. Meer zelfs, men gebruikt het voorzetsel von [fon] haast nooit in de geschreven taal om een genitief uit te drukken. De enkele uitzonderingen zien we later. In de gesproken taal durft men de genitief van het bezit wel eens vervangen door het voorzetsel von [fon], dat dan steeds gevolgd wordt door een datief. Maar dat mag alleen bij een genitief van bezit. Bijvoorbeeld: "de bladeren van de boom" wordt in de gesproken taal wel eens "die Blätter von dem Baum" [di: blɛthɐ fon de:m baum] (Bemerkt u de datief achter het voorzetsel?). Een genitief van afhankelijkheid wordt nooit uitgedrukt met het voorzetsel von [fon], noch in de geschreven noch in de gesproken taal. U mag dan ook niet zeggen: "die Hälfte von dem Vermögen" [di: hɛlthə fon de:m fɛɐmø:gn] voor het Nederlandse "de helft van het vermogen".

Verbuiging van het substantief in alle naamvallen

Vooraf echter het GEBRUIK van de vier naamvallen overlopen (en aanvullen):

 

Naamval Gebruik
Nominatief Onderwerp van de zin
 
Genitief Bezit of afhankelijkheid van substantief
+ na een aantal voorzetsels
 
Datief Meewerkend voorwerp van de zin
+ na een aantal voorzetsels
 
Accusatief Lijdend voorwerp van de zin
+ na een aantal voorzetsels
 

 

De juiste naamval na een bepaald voorzetsel zullen we in latere stappen doornemen.

De verbuigingsuitgang van substantieven:

 

Verbuigingsuitgang substantief
Naamval enkelvoud meervoud
Nominatief geen verbuigingsuitgang
 
steeds verbuigingsuitgang
volgens regels uit
stap 5 en stap 6
 
Genitief (Zie onder deze tabel)
 
steeds verbuigingsuitgang
volgens regels uit
stap 5 en stap 6
 
Datief geen verbuigingsuitgang
behalve voor de meeste (niet alle) mannelijke dierennamen en vele (niet alle!) mannelijke substantieven die een eigenschap of een beroep van een persoon weergeven en niet eindigen op "-er" (zie stap 8)  
steeds verbuigingsuitgang
volgens regels uit
stap 8
 
Accusatief geen verbuigingsuitgang
behalve voor de meeste (niet alle) mannelijke dierennamen en vele (niet alle!) mannelijke substantieven die een eigenschap of een beroep van een persoon weergeven en niet eindigen op "-er" (zie stap 6)  
steeds verbuigingsuitgang
volgens regels uit
stap 5 en stap 6
 

 

Verbuigingsuitgang van een lidwoord in de genitef

Zo dadelijk bekijken we de verbuigingsuitgangen van substantieven in de genitief, maar vooraf is het nodig om de verbuiging van lidwoorden te kennen in deze naamval. Bekijk aandachtig de volgende tabellen die een overzicht geven van de verbuiging van lidwoorden in elke naamval:

 

  NOMINATIEF enkelvoud NOMINATIEF meervoud
Geslacht Bepaald lidwoord Onbepaald lidwoord Bepaald lidwoord Onbepaald lidwoord
mannelijk der
[de:ɐ
ein
[ain
die
[di:
keine
[khainə
vrouwelijk die
[d:
eine
[ainə
die
[d:
keine
[khainə
onzijdig das
[das
ein
[ain
die
[di:
keine
[khainə

 

  GENITIEF enkelvoud GENITIEF meervoud
Geslacht Bepaald lidwoord Onbepaald lidwoord Bepaald lidwoord Onbepaald lidwoord
mannelijk des
[dɛs
eines
[ainəs
der
[de:r
keiner
[khainɐ
vrouwelijk der
[de:ɐ
einer
[ainɐ
der
[de:r
keiner
[khainɐ
onzijdig des
[dɛs
eines
[ainəs
der
[de:r
keiner
[khainɐ

 

  DATIEF enkelvoud DATIEF meervoud
Geslacht Bepaald lidwoord Onbepaald lidwoord Bepaald lidwoord Onbepaald lidwoord
mannelijk dem
[de:m
einem
[ainəm
den
[de:n
keinen
[khainən
vrouwelijk der
[de:ɐ
einer
[ainɐ
den
[de:n
keinen
[khainən
onzijdig dem
[de:m
einem
[ainəm
den
[de:n
keinen
[khainən

 

  ACCUSATIEF enkelvoud ACCUSATIEF meervoud
Geslacht Bepaald lidwoord Onbepaald lidwoord Bepaald lidwoord Onbepaald lidwoord
mannelijk den
[de:n
einen
[ainən
die
[di:
keine
[khainə
vrouwelijk die
[d:
eine
[ainə
die
[di:
keine
[khainə
onzijdig das
[das
ein
[ain
die
[di:
keine
[khainə

 

SPRAAKKUNST

substantief:   is de naam die gegeven wordt aan een object (bv.: mens, voorwerp) of een niet materieel iets (bv.: gevoelens). Men noemt dit ook een zelfstandig naamwoord.

onderwerp:   veelal de persoon of voorwerp die/dat iets doet in de zin, of waarvan een eigenschap vermeld wordt. Staat in de naamval nominatief.

lijdend voorwerp:   de persoon of het voorwerp waarop de handeling in de zin uitgevoerd wordt. Staat in de naamval accusatief.

meewerkend voorwerp:   de persoon of het voorwerp die met het werkwoord meewerkt. Staat veelal in de datief of anders gekoppeld aan een voorzetsel.

voorzetsel:   een woord dat een bepaalde betrekking weergeeft tussen twee substantieven, of tussen een werkwoord en een substantief.

lidwoord:   een woord dat aan een persoon of een voorwerp voorafgaat en er "lid" van geworden is.

naamval:    de verandering in een woord (verbuiging) die bepaalt welke woordsoort (bv.: onderwerp, lijdend voorwerp) het woord in de zin is. Belangrijk in het Duits!

verbuigen:    is het aanpassen van het woord aan de noodzakelijke naamval. Een tussenwerpsel of een bijwoord worden nooit verbogen.

nominatief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "onderwerp" van de zin is.

accusatief:    is de naamval die bepaalt - onder andere - welke persoon of welk voorwerp het "lijdend voorwerp" van de zin is.

datief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "meewerkend voorwerp" van de zin is, of die verbonden is aan een bepaald voorzetsel.

genitief:    is de naamval die het bezit van of de afhankelijkheid tegenover een betrokken substantief uitdrukt. Deze naamval wordt ook gebruikt na heel wat voorzetsels.

voornaamwoord:    woord dat een persoon aanduidt zonder hem of haar expliciet te noemen. "Hem" en "haar", "ik", "jij", "hij", "zij" en zo meer zijn bijvoorbeeld voornaamwoorden.

Verbuigingsuitgang van een substantief in de genitef

1. Geen verbuigingsuitgang in genitief enkelvoud:

Geen enkel vrouwelijk substantief heeft een verbuigingsuitgang in de genitief enkelvoud. Evenmin hebben andere substantieven een uitgang indien zij eindigen op de Latijnse uitgang -us (indien het mannelijke substantieven zijn) of indien het gaat om een vrij beperkt aantal woorden uit een vreemde taal. Om over dit laatste zekerheid te hebben is het raadzaam om de lijst van substantieven te raadplegen. Daar is in de derde kolom elke mannelijk of onzijdig substantief dat geen verbuigingsuitgang heeft in de genitief enkelvoud voorzien van een uitrroepteken.

Voor de verbuiging van persoonsnamen in de genitief: zie onderaan deze stap in punt 4.

Enkele voorbeelden:

Vrouwelijk: De bekoorlijkheid van het landschap: Die Anmut der Landschaft [di: anmu:t de:ɐ lantʃaft]
Vrouwelijk: De prijs van een pakje sigaretten: Der Preis einer Schachtel [de:ɐ phrais ainɐ ʃaxthl]
Mannelijk: De problemen van het communisme: Die Probleme des Kommunismus [di: phroble:mə dɛs khomunɪsmus]
Mannelijk: De oplossing door middel van een consensus: Die Lösung des Konsensus [di: løzuŋ dɐs khnzɛnzus]
Onzijdig: De strijdlust van het korps: Der Kampfgeist des Korps [de:ɐ khampfgaist dɛs khorps] (das Korps -> des Korps)
Onzijdig: De prikkel van Tabasco: Der Reiz des Tabasco [de: raits dɛs thabaskho]

Aandachtspunt: Het woord der Konsensus [de:ɐ khnzɛnzus] met genitief des Konsensus [dɛs khnzɛnzus] is een aanvaard Duits woord, hoewel men meer de volledige verduitsing ervan der Konsens [de:ɐ khnzɛns] met genitief (zie punt 3 verderop in deze stap) des Konsenses [dɛs khnzɛnsəs] gebruikt. Dat is een algemeen verschijnsel bij de overname van vreemde woorden: soms is dergelijk woord deels verduitst, soms ver doorgedreven en bestaan de twee vormen naast elkaar. Een woordenboek of de lijst van substantieven raadplegen!

 

2. Verbuigingsuitgang "-(e)n" in genitief enkelvoud:

De meeste (niet alle) mannelijke dierennamen en vele (niet alle!) mannelijke substantieven die een eigenschap of een beroep van een persoon weergeven en niet eindigen op "-er" (zie stap 6) hebben in de genitief dezelfde verbuigingsuitgang als in de datief of accusatief: steeds een "-en", of een "-n" als de stam van het substantief eindigt op een "e". Voorbeelden:

Het gebrul van de leeuw: Das Gebrüll des Löwen [das gəbryl dɛs lø:vn]
De gestalte van de reus: Die Gestalt des Riesen [di: gəʃthalt dɛs ri:zn]
De doorzettingskracht van de doctorantus: Die Beharrlichkeit des Doktoranden [di: bəharlixkhait dɛs dokthorandn]

Maar de zes speciale woorden die in stap 6 vermeld zijn: der Buchstabe [de:ɐ bu:xʃtha:bə], der Friede [de:ɐ fri:də], der Gedanke [de:ɐ gədaŋkhə], der Name [de:ɐ na:mə], der Wille [de:ɐ vɪlə] en der Glaube [de:ɐ glaubə], hebben in de genitief de verbuigingsuitgang "-(e)ns". Voorbeelden:

De kracht van het geloof: Die Kraft des Glaubens [di: khraft dɛs glaubns]
Het geheim van de gedachte: Das Geheimnis des Gedankens [das gəhaimnɪs dɛs gədaŋkhns]

 

3. Verbuigingsuitgang "-(e)s" in genitief enkelvoud:

In alle andere gevallen krijgen de mannelijke en onzijdige substantieven de verbuigingsuitgang "-(e)s" in de genitief enkelvoud. Men gebruikt de "e" in deze uitgang wanneer het niet verbogen substantief eindigt op een "s"-klank. Dat is het geval voor substantieven die eindigen op "s, ß, x, z, tz". Ditzelfde geldt voor substantieven die eindigen op "sch, st". In alle andere gevallen gebruikt men de uitgang "-s" zonder "e", hoewel men vaak deze "e" er toch tussen zet (een gewoonte uit de aloude tijd of een toegeving aan de gesproken taal). Onzijdige substantieven die eindigen op "-nis" krijgen voor de genitief enkelvoud de verbuigingsuitgang "-ses" (een verdubbeling van de "s" bij de substantiefuitgang "-nisses" aldus). Voorbeelden van genitief enkelvoud met uitgang "-(e)s":

De duur van het leven: Die Dauer des Lebens [di: dauɐ dɛs le:bns]
De lengte van de dag: Die Länge des Tags (des Tages) [di: lɛŋə dɛs tha:ks (dɛs tha:gəs)]
De stilte van de avond: Die Stille des Abends [di: ʃthɪlə dɛs a:bənts]
De sluwheit van een vos: Die Schlauheit eines Fuchses [di: ʃlauhait ainəs fuksəs]
Het probleem van de roest: Das Problem des Rostes [das phroble:m dɛs rosthəs]
De duurzaamheid van een verhouding: Die Dauerhaftigkeit eines Verhältnisses [di: dauərhaftɪçkait ainəs fɛɐhɛltnɪsəs]

Uitspraaktip: Een geschreven "ch" voor een "s" wordt steeds als een "k" uitgesproken, zoals in het woord Der Fuchs [de:ɐ fuks]. Tegelijk is het goed even in herinnering te brengen, dat het voorvoegsel "ver-" van Duitse woorden steeds uitgesproken wordt met een helle korte "e", dus als "fɛɐ".

Aandachtspunt: Die verdubbeling van de "s" voor de genitief enkelvoud bij onzijdige substantieven eindigend op "-nis" wordt ook toegepast bij de meervoudsvormen van dergelijke vrouwelijke en onzijdige substantieven. De genitief enkelvoud van dergelijke onzijdige substantieven is aldus des Verhältnisses [dɛs fɛɐhɛltnɪsəs]. De meervoudsvorm van dergelijke vrouwelijke en onzijdige substantieven is dan die Verhältnisse [di: fɛɐhɛltnɪsə] en in de datief meervoud den Verhältnissen [de:n fɛɐhɛltnɪsən].

 

4. Verbuigingsuitgang voor de genitief enkelvoud van persoonsnamen:

De genitief van een persoonsnaam die voor het substantief staat waarop de naam betrekking heeft, zet men zonder lidwoord. Daarbij wordt alleen de laatste naam voorzien van een verbuigingsuitgang "-s". Dit is natuurlijk altijd het geval als er maar één naam voorzien is. Eindigt een naam op een "s"-klank, dan gebruikt men een afkappingsteken in plaats van een verbuigingsuitgang (pas wel op: dat afkappingsteken mag enkel bij persoonsnamen, nooit bij gewone substantieven). Staat voor de naam een verduidelijking ervan (bv: onkel, koning...), dan wordt deze niet voorzien van een verbuigingsuitgang. Zoals u ziet, is deze regeling hetzelfde als in het Nederlands... Voorbeelden:

Goethes gedicht: Goethes Gedicht [g:øthəs gə:dɪ:çt]
Maurice's auto: Moritz' Auto [mo:rɪts autho:]
Angela Merkels gezag: Angela Merkels Autorität [aŋg:e:la mɛ:rkhls authorithɛ:t]
Promotor Jef Janssens' tussenkomst: Promotor Jef Janssens' Machtwort [phromo:tho:ɐ (Jef Janssens) maxtvort]

Uitspraaktip: De "o" in de woorduitgang van mannelijke substantieven eindigend op "-tor" wordt steeds lang uitgesproken. Het is dan ook in de uitspraak: "tho:ɐ".

Zet men de genitief van een persoonsnaam na het substantief waarop die betrekking heeft, dan gelden juist dezelfde regels als voor de genitief die voor een substantief geplaatst wordt, maar enkel indien er geen lidwoord bij de genitief staat (althans in het algemeen). Wordt er dan wel een lidwoord gebruikt, dan zet men bij geen enkele naam een verbuigingsuitgang in de genitief. Voorbeelden:

Het gedicht van Goethe: Das Gedicht Goethes [das gə:dɪ:çt gøthəs]
Het gedicht van een (!) Goethe: Das Gedicht eines Goethe (!) [das gə:dɪ:çt ainəs gøthə]
Het gezag van Angela Merkel: Die Autorität Angela Merkels [di: authorithɛ:t aŋg:e:la mɛ:rkhls]
Het gezag van een (!) Angela Merkel: Die Autorität einer Angela Merkel (!) [di: authorithɛ:t ainər aŋg:e:la mɛ:rkhl]
De charme van koningin Elisabeth: Die Anmut Königin Elisabeths [di: anmut khønɪgɪn (Elisabeths)]
De charme van de (!) koningin Elisabeth: Die Anmut der Königin Elisabeth (!) [di: anmut de:ɐ khønɪgɪn (Elisabeth)]
De werken van Schiller: Die Werke Schillers [di: vɛrkə ʃɪlərs]
De werken van een (!) Schiller: Die Werke eines Schiller (!) [di: vɛrkə ainəs ʃɪlɐ]
Een schilderwerk van Albrecht Dürer: Ein Gemälde Albrecht Dürers [ain gəmɛ:ldə albrɛçt dyrərs]
Het schilderwerk van een (!) Albrecht Dürer: Das Gemälde eines Albrecht Dürer (!) [das gəmɛ:ldə ainəs albrɛçt dyrɐ]

Uitspraaktip: Bemerk dat de klemtoon op het woord Königin [khønɪgɪn] niet op de woorduitgang ligt, wat wel het geval is in het Nederlands.

Aandachtspunt: Het feit dat men geen enkele verbuigingsuitgang aan een persoonsnaam toevoegt in de genitief die voorafgegaan wordt door een lidwoord, is te verklaren door de algemene tendens om in het Duits slechts eenmaal de verbuigingsuitgang van een naamval weer te geven in een woordengroep. Dat principe zullen we haast altijd tegenkomen in de verbuiging van adjectieven, bijvoeglijke naamwoorden, die door een verbogen lidwoord voorafgegaan worden (zie volgende stap).

Hier moet een algemene opmerking gemaakt worden, wanneer een naam gevolgd wordt door een rangnummering zoals "koning Albert de Tweede" of een specificatie zoals "Frederik de Grote". Deze nummering of specificatie wordt altijd in de naamval gezet die op de persoonsnaam van toepassing is, ook bij een genitief. Voorbeelden:

Ik zag koning Albert de Tweede: Ich sah König Albert den Zweiten [ɪç za: khønɪç albɛɐ de:n tsvaithn] (accusatief op een bijvoeglijk naamwoord – verbuiging van dergelijke adjectieven zien we in volgende stap)
Pruisen dankte Frederik de Grote: Preußen dankte Friedrich dem Großen [Phroisn daŋkthə fri:drɪç de:m gro;sn] (datief op een bijvoeglijk naamwoord – zien we in volgende stap)
De fouten van Napoleon de Derde: Die Fehler Napoleons des Dritten [di; fe:lɐ napo:leons dɛs drɪthn] (genitief op een bijvoeglijk naamwoord – zien we in volgende stap)

 

5. Zeer uitzonderlijke verbuigingsuitgang voor de genitief enkelvoud vrouwelijk:

Vrouwelijke verwantschapsnamen (moeder, tante) hebben in de genitief enkelvoud een verbuigingsuitgang "-s" wanneer zij zonder lidwoord voorafgaan aan het substantief waarop ze slaan. Dit is een grote uitzondering die dwars ligt op de verbuiging van vrouwelijke substantieven in de genitief (maar gelijkaardig is aan het Nederlands). Voorbeelden:

Moeders verjaardag: Mutters Geburtstag [muthrs gəburtstha:k]
Tantes kleed: Tantes Kleid [thanthəs klait]

 

De genitief was vroeger een heel veel gebruikte naamval in het Duits in allerlei verbindingen. Dat stond 'chic' bij de burgerij. Sommige van die oude constructies bestaan nog steeds. Zo bijvoorbeeld stond het voor het Nederlandse woord "meermaals" veel verhevener om des öfteren [dɛs œfthərən] te zeggen, dan het 'ordinaire' oft [oft] van het gewone gemene volk! En ja, nu nog steeds gebruikt men die verheven vorm in toespraken en dergelijke. We zullen enkele meerdere voorbeelden ervan wel eens tegenkomen in volgende stappen. De genitief wordt ook gebruikt bij een aantal voorzetsels en ook in verbinding met sommige werkwoorden. Dat alles zal later nog aan bod komen.

In de volgende stap, stap 14, behandelen we dan eindelijk de adjectieven, de bijvoeglijke naamwoorden.




 
Lijst van alle stappen



 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).