U bevindt zich hier: Lijst stappen Stap 12  

STAP 12

Hoofdaccent: Modale hulpwerkwoorden

Indien u nog geen Duits spreekt of nog niet redelijk foutloos kan schrijven, is het aangewezen te starten met de inleidende algemene informatie en de eerste stap.

"Ich darf da nicht hin."
[ɪç darf da: nɪçt hɪn]

In deze stap leren we de modale hulpwerkwoorden gebruiken. Een modaal hulpwerkwoord is een werkwoord dat een recht, een verbod, een voorstel, een smeekbede, een verwachting, een toelating, een raad, een vermoeden, een mogelijkheid, een noodzakelijkheid weergeeft. Daartoe horen volgende Duitse modale hulpwerkwoorden: dürfen [dyrfn],können [khœnən],mögen [møgn],müssen [mysn],sollen [zolən] en wollen [volən]. Hun vervoeging is speciaal, zoals dit reeds aangegeven werd voor de tegenwoordige en de verleden tijd.

SPRAAKKUNST

substantief:   is de naam die gegeven wordt aan een object (bv.: mens, voorwerp) of een niet materieel iets (bv.: gevoelens). Men noemt dit ook een zelfstandig naamwoord.

onderwerp:   veelal de persoon of voorwerp die/dat iets doet in de zin, of waarvan een eigenschap vermeld wordt. Staat in de naamval nominatief.

lijdend voorwerp:   de persoon of het voorwerp waarop de handeling in de zin uitgevoerd wordt. Staat in de naamval accusatief.

meewerkend voorwerp:   de persoon of het voorwerp die met het werkwoord meewerkt. Staat veelal in de datief of anders gekoppeld aan een voorzetsel.

voorzetsel:   een woord dat een bepaalde betrekking weergeeft tussen twee substantieven, of tussen een werkwoord en een substantief.

lidwoord:   een woord dat aan een persoon of een voorwerp voorafgaat en er "lid" van geworden is.

naamval:    de verandering in een woord (verbuiging) die bepaalt welke woordsoort (bv.: onderwerp, lijdend voorwerp) het woord in de zin is. Belangrijk in het Duits!

verbuigen:    is het aanpassen van het woord aan de noodzakelijke naamval. Een tussenwerpsel of een bijwoord worden nooit verbogen.

nominatief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "onderwerp" van de zin is.

accusatief:    is de naamval die bepaalt - onder andere - welke persoon of welk voorwerp het "lijdend voorwerp" van de zin is.

datief:    is de naamval die bepaalt welke persoon of welk voorwerp het "meewerkend voorwerp" van de zin is, of die verbonden is aan een bepaald voorzetsel.

voornaamwoord:    woord dat een persoon aanduidt zonder hem of haar expliciet te noemen. "Hem" en "haar", "ik", "jij", "hij", "zij" en zo meer zijn bijvoorbeeld voornaamwoorden.

Het modale hulpwerkwoord "müssen" als noodzakelijkheid

In het Duits gebruikt men het modale hulpwerkwoord müssen [mysn] enkel om een noodzakelijkheid weer te geven, waaraan men niet kan ontsnappen, waartoe men gedwongen is. Deze absolute verplichting kan opgelegd zijn door uiterlijke omstandigheden, door de wet of door een innerlijke drang. Men kan er aldus niet aan ontsnappen. Kan men er wel aan ontsnappen, dan gebruikt men een andere modaal hulpwerkwoord. Dit alles houdt in, dat men in het Duits veel minder het hulpwerkwoord müssen [mysn] gebruikt dan in het Nederlands. Zo bijvoorbeeld zegt een volwassene wel eens tot een kind: "Je moet luisteren". Dit wordt in het Duits niet vertaald met "moeten", want het is geen absolute noodzaak, het is slechts een eis, een aanmaning. Voorbeelden voor het gebruik van het modale hulpwerkwoord müssen [mysn]:

"Hij moet elke dag om 9 uur op kantoor zijn." [Dit is een absolute noodzaak]:
"Er muss jeden Tag um 9 Uhr im Büro sein" [e:ɐ mus je:dn tha:k um noin u:ɐ ɪm byro: zain]

"Ik moet nu gaan, moeder wacht." [Dit is een absolute noodzaak]:
"Ich muss jetzt gehen, Mutter wartet" [ɪç mus jɛtst ge:ən muthɐ varthət]

"Ik moet hem absoluut nog eens bezoeken." [Dit is een innerlijke drang]:
"Ich muss ihn unbedingt wieder einmal besuchen" [ɪç mus ɪn unbədɪŋt vi:dɐ ainma:l bəzu:xn]

"Zij moet naar de dokter." [Dit is een absolute noodzaak, gezien er een afspraak belegd was]:
"Sie muss zum Arzt." [zi: mus tsu:m a:ɐtst]

Aandachtspunt: In het Duits voegt men vaak een voorzetsel samen met een lidwoord. Wij zullen in de loop van de opeenvolgende stappen meerdere voorbeelden daarvan zien. Hier net boven kwamen reeds twee voorbeelden voor. Zo wordt "in dem Büro" [ɪn de:m byro:] verkort weergegeven als "im Büro" [ɪm byro:]. Het voorzetsel "in" wordt hier gevolgd door de datief. Dit voorzetsel zullen we in volgende stappen meer uitgebreid leren gebruiken. Ook "zu dem Arzt." [tsu: de:m a:ɐtst] wordt verkort tot "zum Arzt." [tsu:m a:ɐtst]. Dergelijke verkortingen moeten niet, mogen echter wel gebruikt worden.

Het modale hulpwerkwoord "sollen" als eis

Elke eis aan een andere persoon wordt in het Duits weergegeven door het modale werkwoord sollen [zolən]. Een Nederlandstalige moet hier oppassen om niet het werkwoord müssen [mysn] te gebruiken. Een voorbeeld zal dit duidelijk maken. In het Nederlands zegt men bijvoorbeeld aan een ander: "Je moet naar huis komen!". Dat wordt in het Duits "Du sollst nach Hause kommen" [du: zolst na;x hauzə khomən]. Dit is een eis aan een ander. Die andere moet dan naar huis komen wegens die eis, niet wegens noodzaak. Hij zal dan ook van zichzelf zeggen: "Ich soll nach Hause kommen" [ɪç zol na;x hauzə khomən] (dit 'naar huis moeten' is een gevolg van de eis, daarom het hulpwerkwoord sollen [zolən]. Ziet u het verschil tussen de eis aan een ander (sollen [zolən]) en de absolute noodzakelijkheid müssen [mysn])?

Het onderscheid tussen het gebruik van müssen [mysn] en sollen [zolən] kan u hier al even inoefenen:

Indien een umlaut of een "ß" nodig is, dan kan u bij het invullen van de nodige woorden deze umlaut vervangen door een "e" te laten volgen op de klinker. Tevens kan u de "ß" vervangen dooor "ss". Bijvoorbeelden:

"ä" en "ae"
"ä" en "Ae"
"ü" en "ue"
"ü" en "Ue"
"ö" en "oe"
"ö" en "Oe"
"äu" en "aeu"
"äu" en "Aeu"
"ß" en "ss".
Dit is interessant indien u geen Duits toetsenbord gebruikt, wat aan te nemen valt.

 

Iedereen moet sterven.

Jullie moeten de belastingen betalen!

Wat moet ik doen?

Tja, geld moet men hebben!

Ik moet geld meenemen.

Hij zegt: "De brief moet vandaag nog verzonden worden".

Hij eist: "Jij moet die brief vandaag nog verzenden".

 

De modale hulpwerkwoorden "dürfen" en "können"

Om in het Duits een smeekbede of een voorstel of een toelating of een verbod weer te geven, gebruikt men de twee modale werkwoorden dürfen [dyrfn] en können [khœnən]. In het Nederlands gebruikt men daarvoor het werkwoord "mogen". Wil u bij een smeekbede, een voorstel, een toelating of een verbod weinig of geen speelruimte toelaten in het opvolgen ervan, dan gebruikt men het hulpwerkwoord dürfen [dyrfn]. Is de dwang minder geaccentueerd of wil u hem zachter aanbrengen, dan gebruikt men het hulpwerkwoord können [khœnən]. Ja, er is een nuanceverschil tussen beide hulpwerkwoorden. Dat verschil ligt echter steeds heel gevoelig in de Duitse mentaliteit, waarmee een anderstalige rekening moet houden. Voorbeelden moeten dit duidelijk maken, maar onthou alvast: nooit de modale werkwoorden müssen [mysn] of sollen [zolən] te gebruiken!

"Mogen we u kort storen?" [Dit is een smeekbede met een graad van opdringerigheid]:
"Dürfen wir Sie kurz stören?" [dyrfn wi:ɐ zi: khurts ʃthørən]

"De patiënt mag weer naar huis." [Dit is een toelating zonder al te zeer op te dringen]:
"Der Patient kann wieder nach Hause." [de:ɐ phatsjɛnt khan vi:dɐ na:x hauzə]

"Mag ik vandaag naar huis?" [Dit is een toelating vragen met zekere aandringingkracht]:
"Darf ich heute nach Hause." [darf ɪç hoithə na:x hauzə]

"De patiënt mag nog niet naar huis." [Dit is een sterk verbod]:
"Der Patient darf noch nicht nach Hause." [de:ɐ phatsjɛnt darf nox nɪxt na:x hauzə]

"Dat mag je niet doen!" [Dit is een sterk verbod]:
"Das darfst du nicht tun!" [das darfst du: nɪxt thu:n]

"Dat mag je niet doen!" [In de zin van een zachte aanbeveling, een niet formeel verbod]:
"Das kannst du nicht tun!" [das khanst du: nɪxt thu:n]

"Mag ik iets vragen?" [In de zin van een vastberaden bede]:
"Darf ich eine Frage stellen?" [darf ɪç ainə fra:gə ʃthɛlən]

"Mag ik iets vragen?" [In de zin van een bede, zeer voorzichtig gevraagd]:
"Kann ich eine Frage stellen?" [khan ɪç ainə fra:gə ʃthɛlən]

Aandachtspunt: Het Nederlandse hulpwerkwoord "mogen" wordt in het Duits niet gebruikt voor bovenstaande gevallen. Weldra zullen we de betekenissen ervan nader bekijken.

Het onderscheid in het gebruik van dürfen [dyrfn] en können [khœnən] kan u hier al even inoefenen:

Indien een umlaut of een "ß" nodig is, dan kan u bij het invullen van de nodige woorden deze umlaut vervangen door een "e" te laten volgen op de klinker. Tevens kan u de "ß" vervangen dooor "ss". Bijvoorbeelden:

"ä" en "ae"
"ä" en "Ae"
"ü" en "ue"
"ü" en "Ue"
"ö" en "oe"
"ö" en "Oe"
"äu" en "aeu"
"äu" en "Aeu"
"ß" en "ss".
Dit is interessant indien u geen Duits toetsenbord gebruikt, wat aan te nemen valt.

 

Je mag de auto gebruiken.

Mag ik u vanavond de stad tonen?

Hier mogen jullie niet parkeren!

Hier mogen jullie eigenlijk niet parkeren.

 

De modale hulpwerkwoorden "sollen" en "wollen"

In het Duits drukt men een bewering uit met de modale hulpwerkwoorden sollen [zolən] en wollen [volən]. Het gaat hier om beweringen, zo bijvoorbeeld: "Hij beweert het gehoord te hebben." Dit wordt in het Duits: "Er will es gehört haben" [e:ɐ vɪl ɛs gəhœ:rt habn]. Men gebruikt bij een bewering steeds het hulpwerkwoord sollen [zolən] als het om de bewering van een andere persoon dan het onderwerp van de zin gaat, en het hulpwerkwoord wollen [volən] als het om een bewering van de persoon in het onderwrerp van de zin gaat. Voorbeelden maken dat duidelijk:

"Het concert zou heel mooi geweest zijn" [Dit is een bewering die door anderen dan de spreker geuit is geweest]:
"Das Konzert soll sehr schön gewesen sein" [das kontsɛrt zol ze:ɐ ʃøn gəve:zn zain]

"Volgens het weerbericht zal het vandaag regenen." [Dit is een bewering die door een andere uitgesproken is]:
"Laut Wetterbericht soll es heute regnen." [laut vɛtɐbəriçt zol ɛs hoithə re:gnən]

"Hij beweert, dat ik in het examen zal slagen." [Bewering over een andere]:
"Er sagt, ich soll die Prüfung bestehen." [e:ɐ za:gt ɪç zol di: pryfuŋ bəʃthe:ən]

"Hij beweert het gedaan te hebben" [Bewering over zichzelf]:
"Er will es getan haben." [e:ɐ vɪl ɛs gətha:n ha:bn]

"Zij bestrijden daar geweest te zijn" [Bewering over henzelf]:
"Sie wollen dort nicht gewesen sein." [zi: volən dort nɪxt gəve:zn zain]

"Hij beweert dat wij dronken waren." [Bewering over anderen]:
"Er sagt wir sollen blau gewesen sein." [e:ɐ za:kt vɪɐ zolən blau gəve:zn zain]

Aandachtspunt: Bemerk dat men voor beweringen overeen ander in het Nederlands vaak het hulpwerkwoord "zullen" gebruikt, wat dus niet het geval is in het Duits, waar men het hulpwerkwoord sollen [zolən] gebruikt en niet de toekomstvorm werden [vɛ:ɐ:dn].

Het onderscheid in het gebruik van sollen [zolən] en wollen [volən] kan u hier al even inoefenen:

Indien een umlaut of een "ß" nodig is, dan kan u bij het invullen van de nodige woorden deze umlaut vervangen door een "e" te laten volgen op de klinker. Tevens kan u de "ß" vervangen dooor "ss". Bijvoorbeelden:

"ä" en "ae"
"ä" en "Ae"
"ü" en "ue"
"ü" en "Ue"
"ö" en "oe"
"ö" en "Oe"
"äu" en "aeu"
"äu" en "Aeu"
"ß" en "ss".
Dit is interessant indien u geen Duits toetsenbord gebruikt, wat aan te nemen valt.

 

Hij heeft voor om het huis te kopen.

Hij zou dat huis kopen.

Zij beweert zwanger te zijn.

Hij zou zogezegd aangevallen zijn.

 

Het modaal hulpwerkwoord "mögen"

Het modale hulpwerkwoord mögen [møgn] wordt in het duits vaak gebruikt om een mogelijkheid (of een waarschijnlijkheid) weer te geven. Dat vertaalt zich in het Nederlands met het hulpwerkwoord "kunnen". Voorbeeld. "Het kan wel zo zijn." Dit wordt in het duits: "Es mag so sein." [ɛs ma:k zo zain] (Bemerk dat u deze "a" lang uitspreekt!).

Soms gebruikt men dit modaal hulpwerkwoord om een toelating weer te geven (in plaats van het hulpwerkwoord dürfen [dyrfn]), wanneer de toelating voorafgegaan wordt door een reden daartoe. Bijvoorbeeld: "Bevalt U dat beeld? Dan mag u het meenemen." Dit wordt in het Duits: "Gefällt Ihnen das Bild? Dann mögen Sie es sich nehmen." [gəfɛlt i:nən das bilt dan møgn zi: ɛs zɪ:x ne:mən]

Ook gebruikt men dit hulpwerkwoord soms ter vervanging van sollen [zolən] en wollen [volən] voor een bewering, maar dan eerder een bewering met een plan, met een vooruitzicht op iets, dat eerder in de context verduidelijk was of becommentarieerd zal worden. Zo bijvoorbeeld "Ik wil niet langer wachten" (een bewering over zichzelf met een vooruitzicht op iets dat eerder reeds aangegeven was). Dit wordt in het Duits: "Ich mag nicht länger warten." [ɪç ma:k nɪçt lɛŋɐ varthn]. Of "Hij beweert te zullen komen. Dat stoort mij niet!" (een bewering over een andere, gevolgd door een commentaar). Dit wordt in het Duits: "Er mag kommen. Das stört mich nicht." [E:ɐ ma:k khomən das ʃthœ:rt mɪç nɪçt].

Vele modale hulpwerkwoorden worden ook gebruikt om een vermoeden uit te spreken. Daartoe moeten we echter eerst de aanvoegende wijs van een werkwoord kennen (de "Konjunktiv"). Dat zal in een latere stap aan bod komen. Tenslotte nog even vermelden dat elk modaal hulpwerkwoord ook gebruikt kan worden als een gewoon werkwoord zoals in de Nederlandse zin: "Ik kan dat niet".

 

Oefening

 

Indien een umlaut of een "ß" nodig is, dan kan u bij het invullen van de nodige woorden deze umlaut vervangen door een "e" te laten volgen op de klinker. Tevens kan u de "ß" vervangen dooor "ss". Bijvoorbeelden:

"ä" en "ae"
"ä" en "Ae"
"ü" en "ue"
"ü" en "Ue"
"ö" en "oe"
"ö" en "Oe"
"äu" en "aeu"
"äu" en "Aeu"
"ß" en "ss".
Dit is interessant indien u geen Duits toetsenbord gebruikt, wat aan te nemen valt.

Oefening:

Der Reifen ist kaputt. Du einen neuen kaufen.

Er der Beste im Wettbewerb sein.

Ihr das Zimmer aufräumen!

Der Professor sagt alles zu wissen. Das sein, ich glaube es aber nicht.

Ihr schweigen!

Er sagt, wir ihn geslagen haben.

Bist du so müde? Du ein wenig ruhen.

Sie den Kranken nicht anruhren.

Wir (voorzichtige weigering) das Geschenk nicht annehmen.

Als u de bovenstaande oefening foutloos gemaakt hebt, mag u zich al een beetje specialist Duits gaan noemen! In stap 13 pakken we de naamval genitief aan.




 
Lijst van alle stappen



 

Verantwoordelijkheid: Sebastian Norbert Hope, Niedersachsen, Deutschland (zie contact).